Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrij wat meer kapitaalkracht, dan in de Tuinbouw. Daarom komen eigenaars-boeren in ons gebied niet veel voor; het meeste nog in het gemengde bedrijf. Het voortdurend zoeken van jongeren naar een bestaansmogelijkheid in de Landbouw leidde tot splitsing en verkleining der bedrijven in de beide laatste categoreën; de gemiddelde bedrijf soppervlakte daalde voor de bedrijven van 1-5 ha. van 3 op 2.7 ha.; voor bedrijven van 5-10 ha. van 7.3 op 6.1 ha.. Bij alle overige categorieën treedt daarentegen een vergrooting der gemiddelde bedrijfsoppervlakte in, waarvoor wij geen bepaalde oorzaak konden vinden. Toch is het zeer de vraag, of deze tendenz zich in het komende decennium zal doorzetten. Want de gemengde boerenbedrijven op het oude duinlandschap beginnen, tengevolge van de voortdurend meer om zich heen grijpende omzetting van weiland in tuingrond, gebrek aan graslanden te krijgen, zoodat een verplaatsing van het vee naar de graslanden in de oude polders te verwachten is, tenzij, wat op het oogenblik niet waarschijnlijk lijkt, de tuinbouw geen nieuwe grond meer zal opeischen öf zich zal wenden tot de ontginning van woeste gronden. Geen van deze beide theoretische mogelijkheden worden door ons echter waarschijnlijk geacht. De malaise heeft tengevolge, dat nog meer dan in vorige jaren, de kinderen van de tuinders in het vak blijven en dus mettertijd een eigen bedrijfje zullen vragen; terwijl de ontginning van woeste gronden stuit op twee bezwaren: ten eerste zijn de bosschen en duinen grootgrondbezit; ten tweede is ontginnen ontzaggelijk duur, zoodat pas, als alle andere gronden tot hun hoogste productiviteit zijn opgevoerd, een dergelijke stap zal worden overwogen.

Dat het boerenbedrijf reeds gebrek aan grasland begint te krijgen, blijkt uit verschillende feiten:

1. de boeren zijn genoodzaakt het vee bij te voeren, daar ze niet voldoende grasland kunnen pachten: 0.62 ha. was in 1930 per rund beschikbaar. De kosten van bijvoeren bedragen gemiddeld f 80 a f 90 per koe per jaar.

2. het areaal grasland verminderde tusschen 1921 en 1932 met ongeveer 200 ha. of 1/6.

De verplaatsing van het veebedrijf naar de oude polders heeft echter voor de boeren op het oude duinlandschap het

Sluiten