is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechterlijk toetsingsrecht tegenover de verordenende bevoegdheid van den gemeenteraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangelegenheden van provincie of rijk, en het provinciale reglement voor de lands-wetgeving.

Dit laatste kan men zonder bezwaar als de gevolgtrekking van het door Olivier verdedigde stelsel beschouwen. Olivier voert dit stelsel consequent door; hij gaat daardoor dan ook verder dan De Vries. Doch evenals De Vries geeft ook Olivier niet aan wat onder de huishouding der gemeente is te verstaan. Alleen zegt hij *), dat de nationale en provinciale belangen zijn de zoodanige, welke de burgers van rijk en provincie met elkander gemeen hebben, belangen, welke hun uitsluitend als staatsburgers of leden der provinciale gemeente, doch niet als leden der plaatselijke gemeente, aangaan, en dat huishoudelijke gemeentebelangen daarentegen zijn de zoodanige, welke de burgers alleen met de overige burgers dier gemeente gemeen hebben, en welke voor de burgers van andere gemeenten geheel onverschillig zijn.

Buts erkent 2), dat moeilijk kan worden geloochend, dat de grondwet van 1848 denkt aan lijnen, welke men onderstelt, dat het wetgevend terrein van rijk, provincie en gemeente gescheiden houden, dat zij gelooft eene boedelscheiding te maken tusschen de verschillende objecten van wetgeving, en wel zoo, dat sommige daarvan aan het rijk, andere aan de provincie en weer andere aan de gemeente worden toebedeeld. Hij wijst er echter op 3), dat al ten tijde van De Vries en Olivier de praktijk der wetgeving zich aan de eischen van eene strenge grensomschrijving weinig of niet had gestoord. Om een voorbeeld aan te halen: een wet van 25 Juni 1814, StM. no. 73, had regelen gegeven omtrent het bouwen en sloopen in steden en plaatsen, maar een latere wet trok die voorschriften in en bepaalde, dat de voorzieningen, welke op dit gebied noodig mochten blijken, door de provinciale staten en de gemeentebesturen zouden worden uitgevaardigd.

') T. a. p. blz. 138. ') T. a. p. blz. 179. ') T.t.p. blz. 184.