is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechterlijk toetsingsrecht tegenover de verordenende bevoegdheid van den gemeenteraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalende, dat de barge steeds door paarden moest worden getrokken en nimmer daarop van zeilen zou mogen worden gebruik gemaakt, in strijd met artikel 140 der grondwet van 1848. In denzelfden zin ook het arrest van 30 Juli 1846 (W. 763), dat naar aanleiding van de ordonnantie van het veer van de Nieuwe sluis op het eiland Rozenburg en Blankenburg, mitsgaders op de steden Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, vastgesteld door den gemeenteraad van Heenvliet, opmerkte, dat het maken van een reglement van politie op den overtocht van een grooten stroom of rivier, die aan den staat toebehoort, en zonder welken overtocht de algemeene communicatie, immers die binnen de provincie, zoude gestremd worden, niet kan beschouwd worden als eene zaak van uitsluitend huishoudelijk belang der gemeente, binnen welke de plaats van overtocht gelegen is. Het treden in het algemeen belang werd derhalve beschouwd als strijd met de grondwet. Toch is het opvallend, dat in arresten als deze reeds de bekende objectiveerende uitdrukkingen werden gebezigd.

Het heeft er iets van of wat den strijd met het algemeen belang betreft in het arrest van 12 November 1839 (W. 68) de bovenvermelde voorzichtigheid niet werd betracht en de verordening zelfs werd getoetst aan het algemeen belang. In deze beslissing werd artikel 14 van de brandkeure der Stad Amsterdam van 13 Juli 1831, gelastende het wacht houden in de bakkerijen in den nacht van Zaterdag op Zondag, als volgt besproken: speciaal artikel 14 maakt een doelmatige voorziening uit tegen de onheilen, welke, inzonderheid in groote steden, door het nachtelijk ontstaan van branden kunnen, en, blijkens de ondervinding, zoo vaak werkelijk te weeg gebracht worden; een voorziening derhalve, die, wel verre van strijdig te zijn met het algemeen belang, door hare strekking tot beveiliging van lijf en goed, tegen de gevaren van brand berekend is, om zonder krenking van het algemeen belang, het plaatselijk belang van geheel de bevolking der stad Amsterdam te bevorderen. Zoo treft