is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechterlijk toetsingsrecht tegenover de verordenende bevoegdheid van den gemeenteraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Artikel 128, alinea 1, van de algemeene politieverordening voor de gemeente Vinkeveen en Waverveen luidde als volgt:

„Het is verboden gedurende de maanden Mei, Juni, Juli en Augustus bijenstallen of eenige andere verzameling van bijenkorven of -kasten of dergelijke voorwerpen met uitvliegende bijen te hebben of te houden." In zijn arrest van 4 Juni 1928 (W. 11862, N. J. blz. 1361) overwoog de hooge raad, naar aanleiding van dit voorschrift, dat in eene landelijke gemeente maatregelen, die gevaren voor den oogst of. de kweekerij kunnen afwenden, zoozeer de belangen der ingezetenen, die in den landbouw of de kweekerij hun bestaan vinden, kunnen betreffen, dat inderdaad bij hare toepassing het belang van de in eene dergelijke gemeente levende gemeenschap betrokken is. Het beschermen van zulke bestaansfactoren behoort dan ook tot de huishouding van eene zoodanige gemeente. Dit geldt voor de onderhavige verordening, die bedoelt eene in de landelijke gemeente Vinkeveen en Waverveen voorkomende teelt tegen zeker gevaar te beschermen. Zij kan dan ook naar haren aard de huishouding der gemeente betreffen en het is aan den gemeentelijken wetgever overgelaten om de belangen van de bijenteelt en van de komkommerteelt tegen elkaar af te wegen voor zoover zulks in het belang der gemeentelijke huishouding noodzakelijk wordt geoordeeld. Artikel 128 gaat dus niet uit boven de aan den raad bij artikel 135 der gemeentewet gegeven bevoegdheid.

21. Krachtens artikel 71, 2°., der algemeene politieverordening voor de gemeente Hillegersberg was het ongeoorloofd varkens, schapen, geiten, konijnen of pluimgedierte te hebben of hokken hiervoor geplaatst te hebben op plaatsen, waar dit voor anderen hinderlijk was, of dit voor de openbare gezondheid of zindelijkheid nadeelig was. Arrest van 3 December 1928 (W. 11940, N.J. 1929, blz. 585): het hebben van varkens op plaatsen, waar dit voor anderen „hinderlijk" is — zijnde hierbij kenlijk te denken aan hinderlijkheid voor