is toegevoegd aan uw favorieten.

De commercie-compagnie te Middelburg van haar oprichting tot het jaar 1754

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

BETREKKINGEN MET DE WESTINDISCHE COMPAGNIE.

De handel op de bezittingen van de W.I.C. bracht niet de gewenschte en zeker wel verwachte verbetering in den toestand van de C.-C, wat niet te verwonderen is, als men de beperkende bepalingen beschouwt, waaraan zij zich te onderwerpen had. In de eerste plaats was de voorwaarde gesteld, dat de onderdanen van de Republiek, „geenerlei negotie mogen drijven, weinig of veel en hoe genoemd of gepretendeerd, op of langs des Compagnies Forten, Kasteelen en Loges in Afrika gelegen, beginnende van Kaap Apollonia, leggend omstreeks 9 mijlen boven Axün en zich uitstrekkende tot de Rio de la Volta, zijnde een district van omstreeks 60 mijlen, waarop voor de W.I.C. de private handel werd gereserveerd."

Tengevolge van deze restrictie werden de negotianten genoodzaakt öf ergens op de kust hun koopwaar uit te stallen, zonder de bescherming van de forten te genieten, öf de kano's met negers bij zich aan boord te laten komen, wat ook zijn bezwaren meebracht. De kapiteins van de C.-C. klagen n.1., dat wind, stroom en branding meermalen beletten handel te drijven, doordat noch hun booten, noch de kano's der negers kans zien door de branding te geraken. En dat het handelen aan land niet zonder risico is. blijkt nu en dan uit een aanteekening in de scheepsjournalen; de negers kennen geen onderscheid tusschen het mijn en dijn en het kost meestal veel moeite om gestolen goederen terug te krijgen, wanneer het