is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in wat negaties van bijbel en kerkleer te pronk zette, zijn voorbij." i)

Uitteraard hebben de „mystieke modernen" later als „malcontenten" aangeduid, in deze verdieping een belangrijke rol gespeeld. Problemen als van de grond des geloofs, de binding aan een in de historie gegeven centrum, de Christologie komen daarmee op. En wat in deze veranderde situatie gezegd wordt b.v. over de figuur van Jezus, wijkt wel heel ver af van hetgeen in 1870 als de eenvoudige waarheid van Jezus gold.

Hiermee is tegelijk het vraagstuk, door de ethisch-orthodoxen in '64 opgeworpen, weer aan de orde 2), n.1. de kernvraag van het wezen der godsdienstige gemeenschap zelf. Vooral in de Jeugdbeweging van het Vrijzinnig Protestantisme is en wordt met deze vraag geworsteld. Van den aanvang af is die beweging een gemeenschapzoekende en gemeenschapstichtende geweest, zooals zij ook geboren is uit het verlangen naar de steun en de vreugde der gemeenschap en van het in kameraadschap zoeken naar het nieuwe. 3)

Zoo heerscht ten opzicht van de cultuurontwikkeling niet meer

Prof. S. Cramer duldt in zfln bovengenoemd boekje als kenmerken van de „konservatieve modernen" aan: het verzet tegen de „humaniteit", de aandacht voor de historische Jezus, „een zeker ascetisme" en een meer transcendent, bovenzedelrjk Godsbegrip. Skepticisme en godsdienstloosheid ziet htj als de groote gevaren, waartegenover vooral theologische bezinning noodig is.

De „malcontenten" werden in 1904 door Binnerts en Eldering tot nauwere aaneensluiting opgeroepen; afscheiden wilden zij zich echter niet. Vgl. over hen ook L. Knappert, Geschiedenis der Ned. Herv. Kerk, dl. H.

!) Theologisch Tijdschrift, Jaargang XXXTV.

2) In zfjn referaat over „De waarde der nieuwe christologische beweging' (1908) omschrift Prof. De Graaf de algemeene situatie aldus: „De antieke theologie is door de deïsten voorgoed vernield. De deïstische natuurtheologie is door Hume en Kant van alle kracht beroofd. Dat alles was geschied, toen de eerste Nederlandsche moderne nog in de wieg lag. Voorzoover het Nederlandsche modernisme wijsgeerig is geweest, is het deïstisch gebleven of monistisch geworden Het deïsme is arm, het monisme gaat licht over in naturalisme. Het theïsme brengt ons niet verder, of het moet ook monisme worden. De confessioneelen zitten vast aan de antieke theologie en kunnen die niet handhaven De ethischen hebben door hun rechtzinnigheid te veel last van de vormen der antieke theologie. Het moet de taak der vrijzinnigen geacht worden, het Evangelie van Christus opnieuw te doen leven tot verbazing der tempelbouwers. Want de vrijzinnigen alleen hebben de bezwaren tegen het Evangelie alle op zich laten inwerken Daardoor is de beweging onder hen een bewijs van de kracht van dat Evangelie, en het is te hopen, dat de vrijzinnigen er in slagen, in belijdenis en wijsbegeerte de passende beschrijving te vinden voor de beteekenis van Christus." (Bijvoegsel Hervorming, 1903).

3) „Ik weet. dat er hoopen menschen in de studentenwereld rondloopen als eenzame zoekers, menigeen, die geen kring heeft waarin hij geheel zichzelf kan zijn. En als ik nu terugzie op mijn eigen studententijd, dan is de grootste schat, die ik te boeken heb het bezit van den V. C. S. B. De V. C. S. B. heeft mij gegeven een sfeer om in te leven dat klinkt simpel, maar het is zeer veel... En als ik me afvraag: wat heeft de V. C. S. B. me nu eigenlijk gegeven, dan kan ik daar dadelijk op antwoorden: alles