is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenerzijds in de verstikking van het individueele door de collectieve ringen, anderzijds in de afzondering van het middenveld door steriele vergeestelijking en hyperindividualisme.

Het behoeft niet te verwonderen, dat het Vrijzinnig Protestantisme in het bijzonder onder deze krisis lijdt.

Uit zichzelf immers is het tot radicaal individualisme geneigd; bovendien valt het door ztjn weinig omlijnde sociologie aan collectivistische machten gemakkelijk ten prooi. Zoo geeft de verhouding van het Vrijzinnig Protestantisme tot andere sociale kringen een beeld van de grootste verwarring: aesthetisch individualistendom laat zich onverhoeds inlijven in de meest antiindividualistische organisatie; sociale bewogenheid trekt zich plotseling terug in de meest personalistische mystiek, met welke niet zelden een maatschappelijk fatalisme samengaat. Daarnaast is te bedenken, dat bestudeering van concrete maatschappeln'k-zedelijke vragen vanuit de algemeene beginselen van het Vrijzinnig Protestantisme een taak is, waarvan men het belang en de dringende noodzakelijkheid in verschillende kringen meer en meer gaat inzien. De overtuiging begint veld te winnen, dat een der oorzaken van de tegenwoordige toestand der maatschappij ia, wat Prof. Heering genoemd heeft „het ontbreken eener Christelijke sociologie". *) Zelfs wordt reeds bier en daar gesproken van de „vorming van (een) nieuw politiek bewustzijn", waarin het Vrijzinnig Protestantisme zijn aandeel moet hebben, maar waarbij het dan ook „het solidaristisch standpunt" zal moeten innemen „en het onbeperkt individualisme" veroordeelen. 2)

Hiermede zou wellicht aan het Vrijzinnig Protestantisme de taak beschoren zijn, in zijn verhouding tot de maatschappij op nieuwe wijze de „Soziallehre" van het oude Calvinisme tot herleving te brengen, het Calvinisme, dat immers steeds tegen de scheiding van individueel en sociaal leven protesteert.

J) Zondeval van het Christendom, Hst. TI, § 6. 2) Dr. L. J. van Holk, De politieke situatie van het Vrijzinnig Protestantisme, art. in D e Smidse, Se jaarg. na 10 (Oct. 1930), blz. 291, 289.