is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is hier op het abstracte, „18e eeuwsche" menschheidsbegrip een conceptie van universeele humaniteitsreHgie ge^ boüwd. Deze conceptie is van twee zijden aangetast: lo. van de zijde van godsdienstpsychologie en -filosofie door de veldwinnende overtuiging, dat alle religie gevormde, concrete religie is, in een bepaalde historie geworteld — waarmee het eclecticisme als een levenlooze kunstmatigheid is veroordeeld; 2o. van de zijde der godsdiensthistorie, tot welker resultaten het inzicht in de onbestaanbaarheid eener „natuurlijke religie" in concrete vorm wel mag worden gerekend. *)

Door de ondermijning van het aanvankelijk vertrouwen in de cultuur is in het Vrijzinnig Protestantisme het inzicht ontwaakt, dat een „verzoening" van religie en cultuur steeds een „societas leonina" is, waarbij de religie het slachtoffer wordt. 2) Dit had tengevolge:

lo. een verlevendiging van het individualisme, echter vooral ook van het religieuze individualisme: de verdieping van het persoonlijk geloofsleven; de mystieke schrijvers (Maeterlinck) en de groote individualistische cultuurcritici (Kierkegaard, Ibsen) vinden belangstelling;

2o. een verschuiving van het abstracte naar het gedifferentieerde humaniteits-ideaal, en daarmee van het abstracteuniverseele naar een meer „gespannen" cultuurbegrip, waarin de momenten van eschatologie en distantie naar voren komen; de onbewuste vereenzelviging van de menschheid met de „beschaafden" of met de staat neemt een einde. Ook komt er „een erkenning van het principieel voor de rede ontoegankelijke, van de duistere, demoniese krachten, een besef van het donkere in God; nochtans een onvoorwaardelijk willen vasthouden van... een vatbaarheid in den mens voor het heilige". 3)

3o. een vergroote aandacht voor de concrete maatschappelijke krachten welker invloed zich zoo duidelijk doet gevoelen.

Hiermee is vastgesteld, dat de godsdienstige gemeenschapsvorm van het Vrijzinnig Protestantisme niet meer zonder meer „cultureel" kan heeten. Nu de cultuur tot zoo groote veelheid en verwarring is uiteengegroeid, kan zij geen verzamelnaam van alle geestelijke waarden meer zh'n, en zal een religieuze gemeenschap haar normen niet in haar, maar in het godsdienstig bezit als zoodanig moeten vinden. Dit brengt mede een oriënteering aan de godsdienstige openbaring en haar inhoud; en bij die oriënteering blijkt dan de vrijzinnig-protestantsche gemeenschapsvorm te naderen tot twee andere typen van godsdienstig groepsleven: het seete-type en het oekumenische type.

Tot het secte-type nadert de vrijzinnig-protestantsche gemeenschap in zooverre als zij een protest belichaamt tegen de

1) Vgl. b.v. Nathan Söderblom, Natürliche Theologie und allgemeine Religionsgeschichte, Stockholm u. Leipzig. ») Vgl. Troeltsch. Ges. S c h r. II, S 101.

3) W. Banning in De Stroom. 11e Jaargang- no. 48 (1932).