is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoogkerkelijke beweging is uitteraard sterk aan het historische georiënteerd. Typisch-hoogkerkeln'k is de uitspraak: „die Kraft mit der die Kirche vorwarts kommt, hangt an der Treue, mit der die Kirche rückwarts schaut". x) De Roomsch-Katholieke hoogkerkelijkheid zoekt het objectieve ook in het institutioneele op zichzelf, en ook daarmee schenkt zij aan veel modern objectiviteitsverlangen bevrediging. Guardini ziet de kerk in haar concrete gedaante als de levende totaliteit, waarvan zoowel het dogma, de kerktucht als de liturgie uitdrukking zjjn. 2) Ook de hoogkerkelijke Protestanten leggen nadruk op het institutioneel karakter der kerk, waarbij „doop en avondmaal... onmiskenbaar een onlosmakelijk verband leggen tusschen de onzichtbare Kerk en het zichtbare instituut". 3)

Naast de hoogkerkelijke beweging moet de liturgische worden genoemd. Objectiviteit wordt hier geboden in de liturgische, dat is de door traditie gewijde, door beeldende diepte onuitputtelijk vruchtbare, door boventijdelijke schoonheid onvergankelijke vorm. De objectiviteit der liturgie is een stijl in de strengste zin van het woord, niet door experimenten tot stand gebracht, maar bestaande in en door de ecelesia orans et adorans en in de wisseling der tjjden telkens vergeten en opnieuw ontdekt. *) Voor de Katholieken is de liturgie het levende dogma, „der grosze Laienkatechismus". s) Gaarne wijzen zij er daarbij op, dat alleen de liturgie, die immers rust op de beschouwende grondstemming, op het primaat van de Logos boven de Ethos, van het Zn'n boven de Daad, in staat zal zijn het gevaar van de moderne dadenonrust te bezweren. „Nicht die Anstrengung, sondern die Anbetung ist das Endgültige". 6) Ook op Protestantsch terrein wordt het objectieve soms in de liturgie gezocht; wel blijft hier een zekere aarzeling, omdat men zich bewust is van het gevaar, dat

don 12 1924, p. 282. In de Angelsaksische landen speelt het collectief-institutioneele ln het godsdienstig leven een veel grooter rol dan elders. Vandaar dat de religie daar vaak een minder persoonlijk karakter bezit, maar dat ook het principe van het primaat van de individu er merkbaar minder invloed heeft. Vgl. ook H. L. Goudge, Conflicting Tendencies in the Church of England. !) H. Lauerer, Von der Kirche, Neuendettelsau 1924.

2) Romano Guardini, Vom Sinn der Kirche, Mainz 1923, S. 58 f.f.

3) Dr. Th. L. Haitjema, Hoog Kerkelijk Protestantisme Wageningen, 1923. blz. 158.

*>) Vgl. de BUcherschau in TJna Sancta, z. Jahrg., 4 Heft (1926).

s) R. Guardini, Vom Geist der Liturgie (Serie Ecclesia orans Bd. I), Freiburg i. Br. 1922, S. 39 f.f.

•) O.c, S. 86 f.f. Overzicht van de katholieke liturgische beweging in een art. van Rudolf Günther, Die liturgischeBewegung in der Katholischen Kirche, in Monatschrift für Gottesdienst und kirchliche Kunst, Jahrg. 1928, Juli/August.