is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wezen en de cultuur van de menschenwereld, zoo ver mogelijk uiteen te houden. En daar ligt ook het aanrakingspunt tusschen Harnack en de irrationalisten. Harnacks geloof- en religiebegrip is feitelijk irrationeel.

En het is dan ook niet de verschijning van „Marcion" maar de t o o n, die er in doorklinkt, welke zonder twijfel een zekere cultuurmoeheid en een zekere toenadering tot de cultuurmoeden laat voelen. En dus toch wel even een offeren aan de goden van den tijd, en niet een bewijs van de „überbistorische Unsicherheit" der Historie, die den geschiedvorscher overvalt als bij van zijn object gegrepen wordt1).

Trouwens, Barth was een leerling van Harnack en heeft als zoo vaak, één lijn, en wel een zijlijn, doorgetrókklin, toen hij de zwaai maakte van den twijfel, of er wel van ambtevervulling sprake kon zijn bij een uitgangspunt als van Harnack, naar de dialectische theologie van Kierkegaard cs. *).

Maar in de hoofdhjn was Harnack de tegenstander van deze strooming en bleef het ook. Hij schreef zijn „15 Fragen an die Verachter der Wissenschafthchen Theologie unter den Theologen", waarin hij tegenover hen, vragenderwijs, maar toch duidelijk genoeg, handhaaft: critisch onderzoek en nadenken ten opzichte van bijbel en Evangelie, de religie van den bijbel, Gotteserlebnis; waarin hij bestrijdt: de principieele tegenstelling tusschen Gotteserlebnis en alle ander beleven, tusschen God en wereld, tusschen Godskennis en cultuur, tusschen Goethe en Kant eenerzijds en de „waarachtige uitspraken" over God anderzijds; waarin hij de beteekenis van de „Vernunft" en van het geschiedkundig en wetenschappelijk onderzoek verdedigt *). Hij waarschuwt ook de studee-

l) Schwabische Merkur, 21, 6-30. Hier wordt ook opgemerkt, dat het reeds mode is, liberalisme en historisme verachtelijk te maken en met Schlattbb te spreken van den „Phrasendreher von Berlin" (= Harnack). Harnacks fout is, dat hij zijn historiebeschouwing voor feilloos hield, behalve in de uitgave van Marcion.

Zie „Marcion" passim; art. van Schmidt voornoemd. Zie ook in deel III van dit werk Erich Foerster (Frankfurter Zeitung 14-6-30) zegt juister, dat Harnack hierin afwijkt van zijn levenslijn, die nl. van de vreugdevolle aanvaarding van cultuur en geloof.

J) Zie trouwens de tegenwoordige aarzeling der Barthianen om het ambt volledig te vervullen en de zwaai wordt minder finaal.

») Aus den Werkstatt, p. 51 v. Zie verder polemiek met Barth daarover, Chr. Welt 37, 142/4, 305/6.