is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 i ..._„_ -* - - T\«* mot «41*4- nr»

jongeren los maken van net ïaiere uugma. ^« -i™ Neen, het beginpunt van het ontstaan van het dogma, zeker van de „Vorberdtung", valt bij Harnack, in zijn gedachtengang, té laat. Wanneer men het Nieuwe Testament op Harnacks voetspoor beschouwt als eerste onderdeel van de üteratuurgeschiedenis, móet men den dogmagroei ook in den allereersten tijd laten beginnen, bij goede exegese reeds bij Jezus zelf1).

Maar ook het eindpunt van het „ontstaan" is onjuist gekozen. Harnack wil dit plaatsen „wo zuerst ein begriffhch formuherter und mit den Mitteln der Wissenschaft ausgepragter Glaubenssatz m Bezug auf Christus zum Zentrallehre erhoben und als soldier allgemein in der Kirche durchgesetzt ist" a).

Dit moment ziet hij nu omstreeks den overgang van de derde tot de vierde eeuw en naar zijn uitwerking bedoelt hij daarmee de verwerping van de monarchiaansche Christologie e.d. door „mvoering van de Logoschristologie". Nu is dit eindpunt zelfs bij Harnacks uitgangspunt onjuist, waar we zullen zien, dat een „Logoschristologie nooit ingevoerd is als algemeen geldende „ZentraUehre in Bezug auf Christus"? dit was toen nu eens geen dogma. Harnack zou het keerpunt niet mogen stellen, wilhij zijn definitie toepassen, vóór Nicea s).

») Natuurlijk wordt hier niet het pleit gevoerd om de Dogmageschiedenis te beginnen met Jezus. De Heilige Schrift zelf geeft geen dogma, w ij 1 Zij geen g eloovige bezinning van de gemeente is, doch openbarmg van den levenden God. Maar dit is Harnacks standpunt niet. En het Nieuwe Testament uitzonderen op Harnacks standpunt, of ook op dat van Loofs, nl. om discussie te vermijden, is wetenschappelijk onjuist (cf. Loofs, P.R.E. IV, 763); zie boven.

») Lehrbuch, I, 4, is in de 4e druk ingevoegd „im Bezug auf Christus ; dit is Dogmengeschichte, p. 3, weer uitgelaten. Is dit laatste bedoeld als correctie?

») Niet alsof bij Nicea de Harnacksche opvatting wel zou opgaan. Wel was Nicea een belangrijk keerpunt. Ongetwijfeld hebben we hier het eerste oecomenisch op een algemeene kerkvergadering gefixeerd en geformuleerd dogma na Hand. 15. Maar het voorgaande ontstaan en het latere ontwikkeling te noemen is met juist. Veeleer hebben we vóór Nicea de deels partieele, deels ongeformuleerde reflexie over de schriftopenbaring, en tevens die reflexie, welke zonder formeel concihe-besluit toch tot dogma werd, evengoed als in de latere periode. .... n.

Na Nicea hebben we dan zoowel den uitgroei van het tnmtansch en Christologisch dogma als het formuleeren en ontwikkelen van de andere dogmata daarmee in samenhang. Dat het christologisch dogma het eerst voorwerp van strijd was, en daardoor het eerst tot formuleering kwam, hangt inderdaad ermee samen, dat er een vn, groote eenstemmigheid was over het bestaan van den eenen God (dat is met hetzelfde als wat Harnack bedoelt met zijn monotheïsme bij christenen, joden en heidenen).