is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de vreemde God, verlossing is enkel genade, dus moet God niets te maken hebben met den mensch, dien bij verlost, zijn schepper niet zijn en evenmin van de slechte wereld, die in tegenstelling staat met den God in Christus. Marcion is „der einzige in der Christenheit, der mit der Ueberzeugung vollen Ernst gemacht hat, dasz der Gottheit, welcher von der Welt erlöst, mit der Kosmologie und der kosmischen Theologie schlechterdings nichts zu tun bat" 1). De Schepper is een despoot, een inferieure, kleine, oorlogszuchtige God, een Jodengod en een God, op zijn hoogst van een vlakke moraal *).

De verlossing is dus een boodschap van den „fremden Gott"; Christus is geen werkelijk mensch geweest, geboren uit een mensch; hij is verlosser, geen rechter *).

En alzoo moet het Oude Testament niet alleen worden afgeschaft, maar ook de God van het Oude Testament, En daarmee tevens die deelen uit het Nieuwe, die met het Oude verwant zijn of dit citeeren. Marcion heeft de schaar genomen en het Nieuwe Testament stuk geknipt. Hij heeft Jezus gemaakt tot een los van het Oude Testament staanden prediker der verlossing door ascese en uitsterven; Paulus heeft dit Evangehe verkondigd, maar zijn brieven zijn, zoowel als het geschreven Evangehe, vervalscht. Nu coupeert Marcion uit alle „hoofdbrieven" van Paulus en uit het Lucasevangehe zooals bekend, die deelen, die met rijn gedachten niet overeenkomen en noemt de rest het Evangehe*).

Harnack geeft Marcion op belangrijke punten gelijk, hoewel hij hier niet duidehjk is. Hij is bhj met Mardons verwerping van de

*) Marcion, p. 18/19, IV, Dogmengeschichte, 78/9. Lehrbuch, I, 297/8. *) Marcion, p. 3 v., Dogmengeschichte, 79. Marcion, p. 139 v., 152.

*) Marcion, p. 256 v., 262 v. Lehrbuch, I, 299 v.

Met het „geen rechter" is Harnack het niet eens.

4) De verlossing is Marcions uitgangspunt; Marcion, p. 138 v., 338.

Mardons schriftcritiek geeft Harnack weer, p. 32 v., 62 v. Lehrbuch, I, 303 v., Dogmengeschichte, p. 78 v. Harnack voelt deze critiek toch wel als iets te gewelddadig. Hij wil de subjectieve eerlijkheid van Marcion aannemen en verontschuldigt zijn doen met erop te wijzen, dat het duizendmaal gebeurde, p. 65; en dat hij op de moderne critici geleek, p. 66.

En n.b. vergelijkt hij hem met den 4en Evangelist p. 67, 236, waarbij Johannes het feitelijk verliest!