is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de waarheden der christehjke behjdenis reeds bevatte, voordat de mensch tot de meer diepgaande reflexie was gevorderd en de kerk van Christus deze met de Schrift en met den Persoon en het werk van Christus aanvaardde en dus ook reeds in ongeref lecteerden vorm tientallen van jaren bezat en geloofde. Maar gaat hij veeleer als vijand van de reflexie die formuleering der waarheden later, als het ontstaan van die waarheden teekenen onder nieuwe invloeden *). Hij riet den mensch dualistisch in tweeërlei rin: in rijn wetenschappelijk leven zonder het geloof in God en in rijn religieus leven mét dat geloof; en: in het van God geëmancipeerde leven mét den onweerstaanbaren drang en de taak om te denken en door te denken, en in het naar God toegekeerde, het met God rekenende leven zonder dien drang.

En zoo komt hij in rijn geschiedenisweergave tot allerlei gewrongen constructies. Tot de constructie, waarbij de religieuze groote man aan den eenen kant vrij sterk samenhangt met rijn tijd en aan den anderen kant er triumfantehjk als religieus genie rich van los maakt; waarbij deze zelfde man de hjn der vroomheid voortzet, maar het dogma meesleept als een last, als een residu. Tot constructie, waarbij de afval zoo oud mogehjk en de opbouw zoo jong mogehjk geteekend wordt vaak, zoodat de groote scheppingen" van de Kerk hier en daar te voorschijn komen als Athena uit het hoofd van Zeus. En tot constructies, waarbij God uit de geschiedenis wordt verwijderd en daarmee de mogelijkheid, dat de waarheden der Schrift telkens weer tot overwinning kwamen dwars door de verwording en de zonde heen.

Het is een onwaarschijnlijke constructie, die Harnack ons tracht aannemelijk te maken. Indien de „Wonderkeim", zooals Mommsen het Christendom in nuce noemde, bestaan heeft uit de vage en algemeene uitspraken van Harnack in den mond van een mensch Jezus honderden jaren terug, en indien het de persoon van dien Jezus is geweest (de herinnering er aan of de „waarde" ervan) die met dit „evangehe" de sterke Grieksch-Romeinsche wereld, nog wel langs den gevaarlijken weg van synthese en syncretisme, heeft

») cf. behalve de geciteerde literatuur Sidney Cave, The Doctrines of the Christian Faith, a.w., p. 271, over de definitie van het ontstaan van het dogma.