is toegevoegd aan uw favorieten.

Tertullian De anima

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV

Rauschen's indeeling van Tert. bapt. verstoort in Cap. 18,4 het zinsverband. § 4 moet beginnen bij ,omnis petitio et decipi et decipere potest'.

XV

Tert. exh. cast. 3 moet met Pamelius gelezen worden: 'melius est nubere, non adiciens quid sit id quo melius est' i.p.v. 'quod melius est'.

XVI

Cic. Legg. I § 50 is de lezing der codices 'ac nimis istorum philosophorum pudet, qui nullum vitium vitare nisi iudicio ipso notatum putant' wellicht de juiste en behoeft dus niet 'vitare' uit den tekst gelicht te worden.

XVII

Ten onrechte beweert K. Emmel (Das Fortleben der antiken Lehren von der Beseelung bei den Kirchenvatern, Kap. II.) dat Tertulhanus zich de overerving van geestehjke eigenschappen als „rein geistigen Vorgang" denkt.

XVIII

Diodorus (1,12) beweert niet, zooals Robin (ad Lucr. V 1028 sqq.) opmerkt, dat de taal uitsluitend öéoei ontstaan is.

XIX

De vrij algemeen aanvaarde meening, dat Plato Politeia 271 A de door Antisthenes opgestelde staatsvorm als itov nóXig bespot, is onjuist; eveneens de meening van K. Reinhardt (Hermes 47,492 sqq) dat hij Democritus' Mmqóc, óidxoo/iog belachelijk maakt.

XX

Ps. Aristoteles Oeconomica 2, 12 = 134832 kan de lezing evnoorjotoot der MSS in den tekst gehandhaafd worden; welmoet men met Camerarius xaxd in xal veranderen.