is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk een of andere functie heeft bekleed, wellicht als plantkundige. In '42 woont hij te Amersfoort, waar hij deel uitmaakt van den vriendenkring van Jacob van Campen. Hier vertaalt hij Vitruvius en etst hij prenten voor het prachtwerk Rerum per octennium in Brasilia gestarum historia, dat door Caspar van Baerle voor Joan Maurits was geschreven en in 1647 door Joannes Bleau te Amsterdam werd gedrukt.1) Pas in 1646 zag Huygens, wien hij een door hem geschilderd gezicht op Amersfoort geschonken had, kans, Brosterhuysen een leersstoel te bezorgen aan de pas opgerichte hoogeschool te Breda. Hier voerde hij het beheer over den nieuwen kruidtuin en doceerde hij Grieksch, o.a. aan Lodewijk Huygens, den zoon van Constantijn. Voor het eerst scheen hij hier rustig de gelegenheid te hebben zich aan zijn kunstzinnige en wetenschappelijke liefhebberijen te wijden. Groot was de belangstelling voor zijn onderwijs in het Grieksch echter niet. Wanneer Brosterhuysen later moeilijkheden krijgt met Rivet en deze hem verwijt dat hij zijn taak verwaarloost, verdedigt de eerste zich door te zeggen, dat hij wel les wil geven, maar dat de leerlingen hem ontbreken; meermalen schijnt Lodewijk Huygens zijn eenige leerling te zijn geweest. Tal van moeilijkheden, tusschen hem en Rivet gerezen,2) maakten hem het verblijf te Breda onaangenaam tot hij „Samedi au soir", zoo meldt Rivet op 13 September 1650 aan Huygens, „mourut d'une fiebvre maligne comme on croid. II ne fut malade que huit jours, et sans s'aliter que le dernier jour, mais des le commencement abbatu de foiblesse et de courage."*) Den daaropvolgenden Woensdag werd hij begraven, waarna zijn ambtgenoot Kippius op Maandag zijn lijkrede hield. *)

Mogen wij Moes gelooven,5) dan had Brosterhuysen vele vrienden en geraakte hij reeds in zijn academietijd in kennis met Constantijn Huygens, met wien hij ook later voortdurend in letterkundig verkeer bleef. Een vijftigtal van zijn brieven aan Huygens wordt bewaard in de Leidsche universiteitsbibliotheek, terwijl de Koninklijke Akademie er ook enkele van Huygens aan hem bezit. In de door Worp uitgegeven gedich-

1) De prenten zijn geëtst naar teekeningen, die Frans Post in Brazilië gemaakt had. De meeste zijn door Theod. Matham met het burijn opgesneden. Zie E. W. Moes. Nw. Ned. Biogr. Wdb.

*) Zie hierover J. van Vloten, J. Brosterhuisen, in Nederlandsche Volksalmanak voor 1858, Amst. blz. 80 vgg.

*) J. A. Worp, De briefwisseling.... dl. V, 's Grav. 1916, blz. 49, brief 5065.

*) Van Vloten, t.a.p. blz. 96.

s) Nw. Ned. Biogr. Wdb. i. v. Brosterhuisen.