is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toont een viervers, dat in de eerste uitgave der Mengel-dichten is opgenomen, en in zijn besloten kortheid, warm en veelzeggend, onder de beste quatrijnen van onze litteratuur kan worden gerekend. En daarmede tevens tot de beste vriendschapsgedichten, die bij anderen zoo zelden boven rijmelarij uitgaan:

Ver burgh, indien ghy hebt myn hert, Wat eyscht ghy dan een minder teecken? Waer is door 't minder yet gebleecken Daer 't meerder niet betrouwt en wert?

Laten wij wat uitvoeriger stilstaan bij den derden van Van Heemskerck's vrienden: George Rat aller Doublet, door aanleg en studie aan Van Heemskerck verwant, naar het oordeel van den laatste zijn meerdere in gaven.*)

GEORGE RATALLER DOUBLET was in 1600 geboren te 's Gravenhage. Hij dankt zijn dubbelen naam aan vader en moeder beiden. De eerste, Philips Doublet, raad en eerste rekenmeester van Holland en West-Friesland, ontvangergeneraal der Unie, was op 27 Februari 1599 gehuwd met Cornelia Rataller, uit welk huwelijk twee kinderen geboren werden. Eén der kinderen uit dit — tweede — huwelijk, was George Rataller Doublet, zoowel van vaders- als moederszijde van aanzienlijke afkomst. De Ratallers waren opgekomen in de magistratuur, de Doublets hadden zitting gehad in de regeering van Mechelen. Mr. George Rataller, grootvader van den toekomstigen vriend van Van Heemskerck, was door Philips II tot president van het Hof van Utrecht benoemd, in welke stad hij in 15 81 was overleden.

Van de opvoeding en jeugd van den jongen George is ons weinig bekend *) en ook over zijn verdere leven zouden wij slecht ingelicht zijn, wanneer R. F ruin niet kort vóór 1869 in het bezit gekomen was van een merkwaardig journaal, dat door Doublet is nagelaten en thans bewaard wordt in de bibliotheek der Maatschappij der Nederlandsche letterkunde te Leiden. *) Dit dagboek, Journael van de Mechelsche Reyse getiteld, ook wel Mechels secreet Memoriael genoemd, begint op den i9den December 1673, toen de schrijver als lid der

*) Vgl. het citaat uit den brief aan Colvius op blz. 21.

a) Van Heemskerck noemt Gerard Vossius als zijn opvoeder; Bat. Are. blz. 297 noot f. Vgl. ook Van Vloten, Bloemlezing uit de Ned. prozaschrijvers der 17e eeuw, Arnhem 1870, blz. 401.

3) Zie R. Fruin, Uit het dagboek van een Oud-Hollander, Verspr. Gesch. dl. IV en Gids jg. 1869, dl. IV blz. 369 vgg.