is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een equivalent Nederlandsen vers. Zoodra dit „sluit" en door aangenaam voortvloeien de eischen van het oor bevredigt, acht de vertaler zijn taak volbracht. In hoeverre Van Heemskerck daarbij geslaagd is, toonen de overeenkomstige plaatsen in de vertaling van Westerbaen onophoudelijk. Moge ik nog door één voorbeeld illustreeren hoezeer deze laatste bij Van Heemskerck ten achter blijft:

Ovidius beschrijft uitvoerig hoe koning Minos vruchteloos getracht heeft Daedalus gevangen te houden en zegt dan, vergelijkenderwijze van den snelvleugeligen minnegod sprekend:

Non pot uit Minos hominis compescere pennas; ipse deum volucrem detinuisse paro. *)

Van Heemskerck:

Hoe! Minos kost een mensch niet in sijn land besluyten: Ick poogh een vlieghend God in sijne vlucht te stuyten.

Westerbaen:

De Coningh Minos, so de Griecken niet en liegen, Kon niet beletten dat hem Dedalus ontvloogh Die maer een mensch was, en besie wat ick hier poogh: Een God, die vleugels heeft, die soeck ick vast te houwen.

Van Heemskerck is niet alleen eenvoudig en daardoor bekorend, meermalen ook geeft de kernachtige wijze van uitdrukken, de schijnbare tegenstelling of het parallellisme van zinsbouw een aardig effect. Zoo waar gesproken wordt van Clytaemnestra:

.... selfs most sy voor haer ooghen Cassandra aen sijn sijd en in haer huys gedooghen, En sien hoe Argos heer door dertel-geyle min Een roof wierd van sijn roof, een slaef van sijn slavin.

Is het noodzakelijk den inhoud op den voet te volgen? De tactiek van Ovidius is uit het bovenstaande duidelijk. Wat voor anderen een bewijs van genegenheid is of een opwelling

*) Vs. 97—98.