is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brink, in de meening verkeert, dat de inhoud van de Inleydinghe tot het ontwerp van een Batavische Arcadia gelijk is aan dien van de door hem besproken Batavische Arcadia zelf. De Batavische Arcadia van Johan van Heemskerck, zegt hij echter ook,*) „zou een zeer leesbaar boek geweest zijn, als de auteur niet de onherstelbare fout begaan had zijn novelle met ontijdig ingevlochten uitweidingen over vaderlandsche historie te bederven". Daar hij dit in de Inleydinghe niet gedaan heeft, meen ik, dat het werkje naar het oordeel van Prof. Ten Brink een zeer leesbaar boek is. Zijn meening is ook de mijne. Een oordeel over de Batavische Arcadia kunnen wij niet vellen, daar deze nooit is geschreven.

Voor wij de Arcadia nu nog eens nader bekijken om enkele eigenaardigheden ervan aan te stippen, is het noodig te wijzen op een gebrek, dat de uitgave van 1637 bezit, en dat ook in de herdrukken niet is hersteld, namelijk een zekere slordigheid, waarmee de handeling ineengezet is. „Over het geheele werk schijnt de Muze van het toeval te beschikken", zegt Prof. Ten Brink*) en hier is zeker iets juists in. Slechts toevallig ontmoeten de tochtgenooten Reynhert, slechts toevallig neemt hij dus ook aan het speelreisje deel Niemand verwondert zich echter over zijn komst te Rijnvliet, te Katwijk of later ten huize van Eerrijck, waar hij telkens met de anderen aan tafel aanzit.

Te Rijnvliet wordt „ter vlucht een dronck (genomen), van de wijn tegen 't middach-mael beschaft".3) Het middagmaal wordt echter in Katwijk gebruikt. *) Dit moet ook tevoren zijn afgesproken, want Eelaerd en Eerrijck worden hier verwacht. .

Een derde slordigheid is, dat Ernstje, Adelbertje en de kleine Matelief je uit het verhaal zijn verdwenen; zij nemen deel aan het middagmaal te Katwijk en zijn misschien te Katwijk gebleven. Toch maken Eelaerd, Ermgaerd en Eerrijck de terugreis naar Den Haag mede. De naam Eerrijck wordt echter niet genoemd vóór het wagentje voor zijn woning stilhoudt. Pas aan het einde van het boek hooren wij, dat ook Eelaerd en Ermgaerd zijn meegekomen. Op bladzijde 182 wordt gesproken over de schilderijen, die boven de lambrizeering hangen, maar het eerste ervan — dat van Geertruyd van Saxen, blz. 183 — hangt „aen de glasen" en was dus waar-

1) T.a.p.

*) T.a.P.

*) Bat. Are. blz. 13.

«) Bat. Are. blz. 119-120.