is toegevoegd aan uw favorieten.

De landrente-belasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangrijke wijzigingen in den padiprijs 28) in den loop van het belastingtijdvak de mogelijkheid werd geopend de voor de berekening van den aanslag der sawahs vastgestelden padiprijs na verloop van 5 jaren te herzien. (Ind. St. 1922 No. 472) . Deze wijziging is intusschen gebleken niet doeltreffend te zijn, immers de praktijk in de jaren 1922 t/m 1926 heeft uitgewezen, dat zij niet alleen achter de feiten aankwam, maar dat een verhooging der landrente werd opgelegd in een tijd, dat de padiprijzen zich weer in dalende richting bewogen. De reden hiervan moet gezocht worden in de bepaling, dat toepassing van deze vijfjaarlijksc^e partiëele herzieningen slechts plaats kon hebben, wanneer de aanslag 5 jaar had gegolden. Hierdoor zou de herziening van het geheele landrenteplichtige areaal 5 jaren in beslag nemen, met het gevolg dat slechts een klein deel van de grondbezitters door een hoogeren landrente-aanslag getroffen werd, hetgeen geleid had tot ongelijkheid in druk der landrente, zooals uit het door^kr heeren Meyer Ranneft en Huender ingestelde onderzoek naar den belastingdruk gebleken is. Deze regeling (Ind. St. 1922 No. 472), die zoo ongelijkmatig werkte, moest, naar het oordeel der Regeering, onbillijk worden geacht. Zij werd in deze meening nog versterkt door het feit, dat de verhooging op de basis van marktwaarde en productiviteit (Ind. St 1922 No. 472, juncto Ind. St. 1925 No. 544) slechts op sawahbezitters kon worden toegepast, terwijl de aanslag der droge gronden, waarop gewassen als rubber, thee, tabak, klappers e.a. geteeld worden en die evenzeer aan hausse onderhevig kunnen zijn, binnen het tijdvak van 10 jaar niet herzien kan worden, omdat een tusschentijdsche partiëele herziening op dezelfde basis praktisch niet uitvoerbaar is. In elke klasse zijn immers verschillende soorten van gronden: woonerven, vischvijvers, theetuinen, e. d. m. opgenomen, en de inkomsten uit deze gronden behoeven niet alle even sterk den invloed van een hoogconjunctuur te ondervinden. Wil men nu met een hausse-beweging in de prijzen van gewassen op deze soort gronden rekening houden, dan zou zulks gepaard moeten gaan met een geheel nieuw terreinonderzoek. Een en ander zou de kosten voor de herziening van den aanslag aanzienlijk grooter maken dan de daarvan te verwachten baten.

Wat betreft de voorgeschreven vijfjaarlijksche herziening van den landrente-aanslag der sawahs naar de „productiviteit" (Ind. St. 1925 No. 544), welke bijv. tengevolge van den aanleg van groote irrigatie-werken groote wijzigingen kan ondergaan, wordt opgemerkt, dat deze partiëele herzieningen, hoewel principieel gewenscht, in de praktijk op onoverkomelijke bezwaren stuiten. Immers door den aanleg van irrigatie-werken, kanalen, primaire, secundaire en tertiaire leidingen ondergaat het aspect van het sawahgebied een zoodanige wijziging, dat een nieuwe opmeting en indeeling in perceelen en daaropvolgend terreinonderzoek noodzakelijk is gebleken, om een nieuwe grot peering naar de gewijzigde productiviteit tot stand te brengen.