is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet weinige planters aanleiding gaf óók naar de Piedmont te verhuizen. Van grooten omvang zou deze beweging echter eerst worden tijdens en na den Vrijheidsoorlog. Na het verdwijnen der noodzakelijke beperkingen in de jaren der eerste landontsluiting leefden de planters in dit nieuwe gebied zooals zij gewoon waren geweest in de lagere landen. Zij stelden prijs op hun „leisure", lieten paarden rennen en hanen vechten, brachten en ontvingen bezoeken, waren spreekwoordelijk gastvrii. tot op zekere hoogte beschaafd en ridderlijk, hielden van hun wijn, hun kaarten en hun honden.

Omstreeks 1730 komt uit geheel andere richting een nieuw bevolkingselement in de Piedmont van Zuidelijk Virginia, dat in anderen samenhang hieronder vermeld zal worden.

De ontwikkeling van Maryland verschilde in hoofdzaken niet zooveel van haar Zuidelijke buur. Nadat in 1632 Baron Baltimore's erfgenaam een Charter gekregen had voor dit land waar Katholieken de vrijheid zouden kunnen vinden die het moederland hun ontzegde, kwam ook daar de tabakskuituur op. Er ontstonden plantages die er ook weer als logisch bjjprodukt boeren zagen ontstaan uit de blanke arbeiders die hun tijd uitgewerkt hadden.

De geschiedenis van North Carolina's eerste landbezetting heeft weinig karakteristieks. Het was lang een soort grensland voor Virginia, waaruit het ook zijn eerste kolonisten ontving, menschen die om verschillende redenen Zuidwaarts waren gegaan. In het Noordoosten van wat later een zelfstandige Staat zou vormen, bevond zich op het einde der zeventiende eeuw, in de landen om Chowan River en Albemarle Sound, een gemengde bevolking van kleine planters en boeren, die naast hun voedingsartikelen tabak verbouwden. Maar tot grooten bloei kwam deze kultuür in dit afgelegen oord niet. „Indentured servants" kwamen voor, maar in beteekenis was het systeem niet te vergelijken met dat in Virginia en Maryland. Na uitdienen van hun tijd werden zij ter plaatse boeren, opzichters, kleine planters, trokken verder in de kustvlakte of begaven zich naar het hoogere land dat Westwaarts lag. In de achttiende eeuw breidden deze nederzettingen zich van het Albemarle distrikt en Pamlico Sound over grooter oppervlakte uit in Oost en Centraal North Carolina. Toen de Kroon de Lord Proprietors van Carolina vervingL en North en South Carolina werden gescheiden, kwam bjj de eerste provincie ook het Cape Fear distrikt, waar, met Wilmington als centrum, een streek was ontstaan die de Noor-