is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is opvallend, hoe eenparig ongunstig de beschrijvingen van deze eigenaardige menschensoort zijn. Europeanen, Noordelijken en Zuidelijken drukten zich kras over hen uit. Fanny Kemble beschreef de

„yellow mud complexion, straight features, and singular sinister countenance" van „the so-called pine-landers of Georgia, I suppose the most degraded race of human beings claiming an Anglo-Saxon origin that can be found on the face of the earth — filthy, lazy, ignorant, brutal, proud, penniless savages, without one of the nobler attributes which have been found occasionally allied to the vices of savage nature. They own no slaves for they are ahnost without exception abjectly poor, they will not work, for that, as they conceive, would reduce them to an equality with

the abhorred negroes; they squat, and steal, and starve and their

countenances bear witness to the squalor of their condition and the utter degradation of their natures" 88).

Een landgenoot van haar maakte een treinreis door de pjjnbosschen van Richmond naar Charleston en gaf zjjn indrukken weer:

„Indeed, the poor whites who mostly inhabit these openings in the forests are scarcely less haggard than sprites. They would be equally pale, also, but that they are so yellow. Theirs is the genuine fever-and-ague complexion, more or. less modified in the rainy season by the color of the mud wherein they live, and move, and have their being. Fortunately, their hovels are made of logs in stead of clay; otherwise these, too, would gradually be dissolved in water. The dress of these natives of the woods was, certainly when I saw it, in a great many instances fast coming to nought. At best, it was coarse and neglected; while the general aspect of life was low and ahnost brutish"88).

Een Engelschman merkte dan ook op: „Indeed, these poor 'sandhillers' seem to me to have been somewhat hardly dealt with. Everyone has his fling at them; nobody has a good word for the poor devils. Even Irishmen and niggers jeer at the 'lazy' white rascals"40).

Deze hierbesproken laagste blanken waren outcasts in de Zuideljike samenleving, geminacht en gemeden door de andere blanken. Zij hadden pretenties, maar geen werkeljjken trots, vele ondeugden, en weinig dat geschikt was de sympathie of zelfs het medelijden van hun gelukkiger rasgenooten op te wekken. Betere eigenschappen, indien aanwezig, hadden weinig gelegenheid tot ontplooiing te komen. Als daar geen bijzondere aanleiding toe was, bemoeiden de planters zich heel weinig met het trash dat tusschen de plantages woonde. Ontmoette men elkaar op den weg, dan groette de rijke met een zekere gemakkelijke onverschilligheid zonder hooghartig te zijn en de arme was beleefd zonder een spoor van kruiperigheid. Maar