is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

culanten, slavenhandelaars, kooplieden en opzichters kregen tenslotte een min of meer erkende positie. Niet overal ging dit even gemakkelijk, maar alom bracht welstand op den duur maatschappelijke achting, erkenning en invloed. Zij konden zich een plantage koopen om daar hun verder leven op te slijten. Het plantageïdeaal was van groote beteekenis in het Zuiden, het bezit van eèn slavenlandgoed bracht veel sociaal prestige mee, het werd algemeen als de waardige bekroning van een succesj volle loopbaan beschouwd.

Het wijzen op talrijke uitzonderingen en regionale verschillen sluit echter het ontkennen van een regel niet in. Het leidt geen twijfel, dat de economische en daardoor de maatschappelijke gelaagdheid in het Zuiden meer uitgesproken was dan in het Noorden, en dat uitwisseling tusschen de lagen in het eerste gebied veel minder plaats had dan in het tweede. De voorsprong die bezit geeft was in de Slaven Staten grooter, de mogelijkheden voor den armen man waren geringer danTn de Vrije Staten. De aanwezigheid van vrjjTahd aan de grens was ook in het Zuiden belangrijk, maar in de oudere gedeelten waar alles een meer vasten vorm aangenomen had, waren toch de omstandigheden van dien aard, dat er niet zooveel kans was om zich sociaal te verheffen. De geringe beteekenis van nijverheid, handel en handwerk, de afwezigheid van een eigenlijk stedelijk element, droegen er toe bij, dat de omvang van het slavenbezit iemands rang in hooge mate bepaalde, de met den tijd toenemende fixeering der verhoudingen maakte, dat ook verworven rjjkdom niet zonder meer de deuren der patriciërs voor den nieuwkomer opendejA. Dat de slavernij één der oorzaken van deze geringe vertikale mobiliteit was, is wel zeker. Wij zullen het daarover nog hebben, maar willen hier toch opmerken, dat men bij de vergelijking van het Noorden en het Zuiden uit dien tijd niet alleen een tegenstelling tusschen staatsgroepen met en zonder slavernij heeft. In het Noorden waren steden, waren behalve de landbouw ook handwerk, industrie, handel en verkeer ontwikkeld, — het Zuiden was een puur agrarisch land, waarin het grootbedrijf overheerschend veel beteekende. Al gelooven wjj, dat naast het klimaat de slavernij tot het ontstaan van dit verschil veel bijgedragen heeft34), is het goed te bedenken, dat het zoo andere economische type van het land op zichzelf reeds de beweeglijkheid tusschen de klassen moest verminderen. Het was er niet zoo gemakkelijk zich op te werken, juist ook omdat de manieren waarop dit gebeuren kon zoo beperkt waren. Ook met een ander arbeidsstelsel zijn in een