is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegenover deze kosten stonden de kinderen die door slaven ter wereld werden gebracht. De natuurlijke toename der negers was niet gering en moet vooral voor de Grens Staten belangrijk worden genoemd.

Het is uit bovenstaande reeds duidelijk, dat de slavenhouder zjjn arbeid stellig niet gratis of in ruil tegen slechts het gegeven levensonderhoud kreeg, maar er was nog meer dat in aanmerking genomen dient te worden bjj een kostenvergelijking van vrijen blanken en gekochten zwarten arbeid.

De gebruiker van dezen laatsten had te maken met vele moeilijkheden, die het logisch gevolg zjjn van de kapitalisatie van toekomstarbeid. Kostenverhoogend was de starheid der bedrijfsinrichting. Elke elasticiteit ontbrak aan hët plantagerégime, de arbeid dien men had kon niet noemenswaard ingekrompen of uitgebreid worden. Als meer geplant werd dan geoogst kon worden, was er weinig kans dat men extra arbeid kon huren in de maanden dat dit gewenscht was; als er weinig te doen viel moest de geheele arbeidersschaar toch onderhouden worden. Zoomin als men zijn arbeidersgetal aan de behoefte van den landbouw in het betreffende seizoen kon aanpassen, kon men zjjn produktie naar de marktsituatie regelen. De planter had slaven die slechts voor het gewoontewerk van den katoenbouw getraind waren, in tijden van prjjsdepressie van dit gewas kon men zich niet op iets anders toe gaan leggen, maar moest door voortgezetten verbouw van het stapelgewas een bestaande overproduktie wel verergeren. Inderdaad was er een voortdurende tendens tot marktbederf door overtoevoer. Nog andere nadeelen waren het gevolg van het feit dat bij het bestaande stelsel tot het vast kapitaal behoorde wat bjj een vrij arbeidssysteem tot het vlottend gerekend wordt. Bjj het gebruik van vrijen arbeid betaalt de werkgever van tijd tot tijd loonen als het werk gedaan is. en hu' kan er op rekenen, door wat verricht is een inkomen te ontvangen dat hem in staat zal stellen ook in de toekomst loonen te betalen, terwijl zijn werkkapitaal voor andere doeleinden vrij gelaten wordt. Een gedeelte hiervan kan hjj in land, gebouwen, vee en werktuigen beleggen, uit het overige de loopende uitgaven bestrijden en een gedeelte als reserve behouden. De Zuidelijke planter echter moest, ojn een bedrijf te kunnen beginnen, al het kapitaal dat hjj bezat of kon leenen beleggen in den aankoop van land en slaven, waarvan de laatsten verweg het meest kostten. Het fonds, voor afschrijvingen, bedrijfsverbetering, levensonderhoud en reserve noodig, was hierdoor steeds minimaal; in vele ge-