is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

their excuse is the same — looking for a better farm. The landlords have been affected by the same delusion — for they are always looking out for a better tenant" i6i). Er is voor zulke lieden dan een reden noodig om te blijven, de geringste aanleiding doet hen vertrekken, want niets houdt vast en niets hindert. De echte migreerende poor white denkt steeds aan ,,pullin' out and hittin' the road again", hij kan alles op den wagen laden, in een rammelend Ford je stoppen of zelfs in de handen meedragen. Verschillende malen hoorden wij arme croppers zeggen, dat zjj geen bezittingen wenschten, omdat het maar moeite veroorzaakt bij het verhuizen. Met de typische uithalende stem van den Zuideramerikaan stelde een blanke cropper bij een onderzoek met voldoening vast: „Ain't no trouble fer me to move. I ain't got nothing much but er soap gourd and er string er red-peppers. All I got to do is ter call up Tige, spit in the fire place, and start down ther road."

Dit soort is het eigenlijk „road trash", een moderne variant, van trekkende landbouwers, „always shifting, often shiftless", de Zigeuners van het Zuiden — maar van dezelfde „pure undiluted Anglo-Saxon stock" waarop dit landsdeel trotsch is. Op de landwegen van het Zuiden kan men hen overal tegenkomen in December, Januari en Februari, in een ruwe houten kar of een aftandsche „fliwer". Een hond is nooit afwezig, altijd rijn er kinderen. Ondanks hun slap streven naar verbetering door ontvluchten van het onbevredigende is de mobiliteit van deze pachters slechts een horizontale, territoriale, en niet vertikaal, I sociaal. Men verhuist, maar stijgt niet. Het droeve leven wordt op een andere plaats op dezelfde wjj ze voortgezet. Persoonlijk gaat men er niet op vooruit, en dit eeuwige trekken heeft voor hen als groep de nadeeligste gevolgen. Behalve de algemeene schade die zij aan de buurtschap door hun levenswijze en daaruit volgende levenshouding toebrengen, en waarin zij deelen, is het voor hen economisch nadeelig dat zij steeds weer vreemden zijn in de buurt.

Hun zoeken naar een betere woning maakt, dat het voor den waarnemer in vele gebieden mogelijk is om uit het voorkomen van een boerderij te zeggen of hij met een pachtplaats of met een eigen-bedrijf te doen heeft. De voortdurende wisseling verzwakt de belangstelling van den grondbezitter voor de werkers. Over de 6 katoen counties in Texas die Gibbons en Armentrout in 1924 onderzochten, werd opgemerkt: „too often the believe prevails that as long as a house will stand up it is fit for tenants to live in" 162), — een uitspraak waaraan de field-worker in de