is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. H. Halbertsma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij goed doet aan allen, en dat Jezus „niets gezocht (heeft) dan het geluk der menschen," een en ander in strijd met de leer der Heilige Schrift, dat God als souverein het middelpunt is van alles en dat Jezus dus vóór alle dingen Zijn eer zoekt. (Vgl. Matth. 10 : 34 vlgg.)

Niet onduidelijk kiest hij partij voor de Remonstrantsche invloeden in het Genootschap, ingaande tegen de leer der triniteit en voldoening, om van praedestinatie en erfzonde niet eens te spreken. Weliswaar noemt hij Jezus een heiland, (178) een verlosser, (39) die stervend ons den toegang tot den vader (42) heeft verworven en ons gezonden is tot heiligmaking en vergeving der zonde, (179) maar hiermede wordt zoo weinig de leer der voldoening bepleit, dat Halbertsma veeleer Jezus als slechts mensch, profeet, voorbeeld (12, 17, 38) pleegt te teekenen.

Wel vinden we herhaaldelijk gewag gemaakt van zonde, (43) maar het schuldbesef is zeer oppervlakkig en hij geeft hoog op van de „aangeboren goedheid van het menschelijk hart" (101) en de „hooge voortreffelijkheid der menschelijke natuur" (203).1) Vandaar dat hij opzettelijk de leer der genade op den achtergrond schuift en weinig ingenomen is met die leeraars, welke de „orde des heils" omkeeren, „leerende niets dan menschelijke doemwaardigheid, bloedvoldoening, lijdelijk genadegeloof, duivel, erfzonde en wat van die stoffe meer zij en daarentegen het doemvonnis uitsprekende over de zedeleerredenen der vaderen" (208).

„De treurige ondervmding" had volgens hem geleerd, „dat deze leerwijze opleidde om te zondigen, opdat de genade des te grooter zoude worden" (208). Het klinkt Calvinistisch, als hij bidt: „doe ons.... betrachten, dat er slechts één ding noodig is; namelijk Uwe genade," maar er volgt echt Pelagiaansch „en in den dag der gezondheid zoodanig te leven als wij in de ure des doods zouden wen-

-1) Vgl. ook 12, 20, 50, 60, <j, 203.