is toegevoegd aan uw favorieten.

Historische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden kunnen zijn, zal nog lang als een periode van verval in het regeeringspeil in de staatkundige geschiedenis van onze koloniën voortleven.

„De onvermijdelijke strijd tusschen gezag en vrijheid, „die elke 'ontwikkeling kenmerkt, worde verlegd in de „inlandsche maatschappij zelve waardoor zij niet geïdentificeerd kan worden met die van overheerscher „tegen overheerschte". Deze beginselen, reeds in 1911 geuit, zullen tot grondslag moeten blijven dienen. Het nederlandsche oppergezag moet niet verder gaan dan waar het onontbeerlijk is; waar er zonder hem een leemte zou bestaan. Het zal zich in zijn organisatie bewust moeten zijn dat, al moge een staatsinrichting het woord kolonie vermijden, de fundamenteele verhoudingen, die het koloniaal karakter bepalen, niet door een staatsinrichting kunnen worden weggenomen. Het zal zich, uit staatkundig oogpunt, als koloniaal gezag moeten constitueeren. In de staatkundige grondslagen van zijn weermacht zal het de woorden van Polvliet (Gids 1908) moeten gedenken „Ons uitgangspunt is de natuurlijke, historische „wet dat een weermacht in den oorlog nooit meer kracht „kan ontwikkelen dan de som van alle materieele en „moreele krachten der Natie .... Elke weermacht is in „het gunstigste geval een verkleind, scherp beeld van „de natie, met haar deugden en gebreken". In 1917 is door mij er reeds opgewezen dat aan legervorming — het ging toen om een inlandsch militieleger — politieke vorming vooraf moest gaan, en dat de eerste van de laatste moet afhangen. Hetzelfde geldt m.m. van de Strijdkrachten ter zee. Ik achtte de politieke vorming toen niet van dien aard dat een militieleger toelaatbaar zou zijn. Waar de politieke vorming in de verloopen jaren zoo weinig bekwaam geleid is geworden dat meer de neiging tot opstand dan tot aanhankelijkheid is gewekt,' daar is de defensie van Indië, die in het leger zeer zeker in belangrijke mate op de inheemschen moet steunen,