is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwestie gevestigd. De strijd in Antwerpen leidde ten slotte tot uitsluiting van Conscience en zijn vrienden Vleeschouwer en De Laet uit De Olijftak. Het manifest, bij die gelegenheid door deze Rederijkerskamer de wereld in gezonden, werd, vermoedelijk wel op verzoek van Van Kerckhoven, in extenso in De Tijdspiegel opgenomen, zonder eenig bijschrift van de redactie1.

De Nederlander, die van deze artikelen kennis nam, kreeg een zeer eenzijdig en niet bepaald verkwikkelijk beeld van de politieke kant der Vlaamsche Beweging. Gelukkig, dat zij omstreeks die tijd in een ander Nederlandsch tijdschrift op waardiger wijze ter sprake kwam.

In De Gids werd, in een uitvoerig artikel ter bespreking van eenige pas verschenen boeken, n.1. Het Leven en de Regering van Z.M. Willem I, Koning der Nederlanden, enz door G. Engelberts Gerrits, Nieuwste Geschiedenissen van Nederland in jaarlijksche overzichten, door A. J. Lastdrager, Belegering en Verdediging des Kasteels van Antwerpen, van dezelfde, en België sedert de Omwenteling in 1830, naar het Hoogduitsch van Ignaz Kuranda, door de schrijver van deze beoordeeling, Gerrit de Clercq, op dat oogenbük advocaat te Amsterdam, in een uitvoerig artikel zijn eigen beschouwing van het Vereenigd Koriinkrijk en de Belgische opstand uiteengezet, vooral ter bestrijding van het boek van Engelberts Gerrits2.

Omdat diens opvattingen nog door zoovelen in Nederland gedeeld werden, had hij zich geroepen gevoeld een uitgebreid onderzoek over dat tijdperk in te stellen. Zijn voorstelling wijkt hierin van de algemeen gangbare af, dat hij tracht aan te toonen, dat het verzet in België geen complot was, geen muiterij, maar het gevolg van een in het begin al bestaande en langzaam toenemende ontevredenheid, en dat de uitbreiding van de opstand en het gevolg ervan, de afscheiding, voor een groot deel aan tekortkomingen van de Nederlanders, vooral van de Koning waren toe te schrijven. Overigens beschouwt hij de vereeniging als een fout. „Wie in de Noordelijke gewesten helder zag, had~\

gaarne het gevaarlijke geschenk geweigerd "*

De laatste zes bladzijden van deze studie zijn gewijd aan de

'Tijdspiegel 1848 I, bl. 149-iji.

1 De Gids, 1847, B. bl. 256-312 en 869-956. * Bl. 277.