is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als aggressieve macht was uitgeschakeld, was voor hen een verademing, gaf hun meer moed op de toekomst, prikkelde hun strijdlust, deed hen trotsch zijn op de naam Germanen, al waren er ook wel onder hen, die voor een mogehjke annexatielust van Duitschland vreesden1. De Nederlanders daarentegen zagen in de afloop van de oorlog bovenal de Duitsche overwirming, en in het ontstaan van het machtig keizerrijk een bedreiging van eigen zelfstandigheid. Zoo bemerkte men in Middelburg dan ook niet veel van de tijdsomstandigheden. De voorzitter drong er in zijn openingsrede op aan nog angstvalhger dan anders zich van alles wat naar politiek zweemde te onthouden. Het programma verbood dit niet uitdrukkelijk, bepaalde hieromtrent alleen maar, dat geen beraadslagingen mochten gehouden worden, dan in zoover zij tot het doel van het congres leidden, en dat, waar de grenzen hiervan moeilijk te bepalen waren, de voorzitter de bevoegdheid had de beraadslagingen te doen eindigen. Toen op een oogenblik naar aarüeiding van een uitval van Prof. Vreede tegen de Duitsche geleerden het debat toch op politiek terrein dreigde te komen, was het verzet der vergadering daartegen zoo luidruchtig, dat de voorzitter moeite had van zijn bevoegdheid gebruik te maken2.

In een der afdeelingen protesteerde Prof. Paul Alberdingk Thijm tegen de annexatiezucht, die in sommige Duitsche tijdschriften werd aangetroffen, en waarvan men in een paar Nederlandsche wel eenige echo vernam, maar dit protest werd door de vergadering niet overgenomen8.

Wel vindt de grootere levendigheid, sinds 1870 in de Vlaamsche Beweging merkbaar, op het congres weerklank. Max Rooses gaf op verzoek van Jan ten Brink een uiteenzetting van de stand waarin op dat oogenblik de Vlaamsche strijd verkeerde, en er werd een voorstel aangenomen, dat voortaan op ieder congres door een der Zuidnederlandsche leden verslag moest worden uitgebracht over de staat en de vorderingen der Vlaamsche Taalbeweging4.

Ook werd er uitvoerig gesproken over de toestand bij het gerecht in Vlaanderen, en besloot het congres de wensch uit te spreken, „dat de bezwaren die bestaan in de rechtspleging in

1 Zie hierna bl. 163.

'Handelingen 12de congres, bl. 353. 3 ibid. bl. 126-131. 'ibid. bl. 280-285, 347-