is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederland en Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in België heerschend element, en vraag daarna voor uwe verdere plannen onze sympathie en onze medewerking."

Het was voorzigtig en, tot op zekere hoogte, verstandig gezegd en gedaan. Maar één ding was er bij uit het oog verloren. Wanneer zij niet van hunne nederlandsche nationaliteit den hefboom hunner kracht maakten — en dit konden zij alleen door de medewerking van NoordNederland — was het vlaamsche element op den duur «iet bestand tegen den overheerschenden invloed van het waalsche element. „Vervlaamscht eerst België eer gij ons bondgenootschap inroept," was aan Vlaanderen eene onmogelijke voorwaarde stellen, want Vlaanderen zuchtte reeds onder de telkens sterker wordende heerschappij der Walen. De Vlamingen antwoordden dan ook niet ten onregte: „Gij eischt het onmogelijke van ons. Het geldt hier eene worsteling'tusschen onze vlaamsche en de waalsche nationaliteit en wij zijn de zwaksten. Dagelijks verhezen wij voet en moeten tenslotte bezwijken, als gij ons niet bijstaat. En wat zal u dan uwen belgischen voormuur tegen Frankrijk baten, wanneer geheel België verfranscht is geworden ? Wanneer het een fransch voorland is geworden, dat, zoodra de omstandigheden er aanleiding toe geven, met Frankrijk tot één rijk en met de fransche natie tot ééne natie zal samensmelten?"

Arnhemsche Courant: No. 4496. Dinsdag 25 Augustus 1868. Het Nederlandsche Taal- en Letterkundig Congres.

n.

De Vlamingen hebben hunne zaak met takt behandeld. Zij hebben hunne „vlaamsche beweging" aan het onwillig Holland niet opgedrongen. Zij hebben die als eene vlaamsche zaak voor zich bewaard. Maar zij hebben daarom hun doel niet uit het oog verloren, en andere middelen en wegen beproefd om het te bereiken. Zij hebben de eenheid der nederlandsche taal- en letterkunde op den voorgrond gesteld, en de wenschelijkheid dat, althans op dit gebied, de eenheid der nederlandsche taal erkend en bevestigd werd en de scheiding tusschen hollandsch en vlaamsch ophield. Voor beide landen was de vergrooting van het nederlandsch taalgebied, d.i. vergrooting van het gebied der nederlandsche wetenschap en der nederlandsche kunst, een voordeel, en zoowel een stoffelijk als een onstoffelijk Voordeel. De letterkundige markt werd met ettelijke honderd duizend verbruikers vermeerderd; men verkreeg een ruimeren kring van lezers, en daarmede meer invloed en grootere honorariums.

Behalve het meer ideale gedeelte van het plan had het dus ook een positiven inhoud en praktischen grondslag, die voor onzen zoo positiven en praktischen hollandschen aard, zijne eigene aantjekkehjkheid had. Onze liefde voor het Vlaamsch, waarvan wij soms gewaagden, begon minder platonisch te worden. Half werden wij getrokken, half