is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droeg volgens de opgaven van het Centraal Bureau voor de statistiek het getal scholen 124 met 13902 leerlingen. Deze leerlingen zijn jongens en meisjes van ongeveer 13 a 14 jaar tot ongeveer 18 a 19 jaar. Zij ontvangen theoretisch onderwijs, dat vooral in handel en bedrijf practische toepassing vindt. Het meerendeel der leerlingen is reeds in handel en bedrijf werkzaam.

Aan de behoefte, waarin de evening-highschool voorzien, tracht men sedert 1927 in Duitschland tegemoet te komen door z.g. Abendgymnasia. Nadat in dat jaar Prof. P. A. Silbermann van een studiereis in de Vereenigde Staten naar Berlijn teruggekeerd was, nam hij het initiatief tot de stichting van een schooltype, dat hij Abendgymnasium noemde. Het was een navolging der evening-highschool en het onderwijs is geheel verschillend van dat van een Nederlandsen gymnasium. Klassieke talen worden er vrijwel niet onderwezen. De onderwijsvakken zijn: Duitsch. geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie en als eerste vreemde taal Engelsch. terwijl later ook Fransch en Latijn wordt onderwezen.

De nieuwe instelling werd krachtig gesteund door het stads- en staatsbestuur. Prof. Silbermann werd met steun van den Minister van „Wissenschaft, Kunst und Volksbildung" tot leider van het nieuwe instituut benoemd, terwijl een curatorium werd gevormd, waarin naast werkgevers ook werknemers zitting kregen. Het doel was ijverige, buitengewoon intelligente en energieke mannen en vrouwen van minstens 18 jaar, die na de lagere school geen systematische opleiding ontvingen en reeds een maatschappelijke functie vervulden, gelegenheid tot verdere ontwikkeling te geven. Het was allerminst de bedoeling den omvang van het academisch proletariaat te vergrooten. Slechts de werkelijk begaafden zouden gelegenheid tot hoogere studie krijgen. Het getal der leerlingen kon trouwens door de hooge eischen, die men aan den aanleg en de wilskracht moest stellen, niet groot worden. Van de 1600, die te Berhjn toelating vroegen, kon na een zorgvuldig vooronderzoek slechts een honderdtal worden toegelaten.

Aan het avondgymnasium wordt gedurende vijf dagen der week lesgegeven van 7—10 uur. In deze drie uur geeft men telkens vier lessen van elk 45 minuten. Het getal wekehjksche lessen bedraagt dus 20. Men werkt voornamelijk in de klasse; voor huiswerk blijft slechts de Zaterdag, de Zondag en de vacantie over. Telkens na 8 weken is er één week vrij; bovendien is er in Juli en Augustus een groote vacantie.

De leeraren worden met groote zorg gekozen. Slechts docenten