is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

China usw., die eine Einteilung der Welt in konkrete Gruppen aufweisen: jeder Gegenstand und jedes Geschehen dieser Welt gehort einer dieser Gruppen zu. Man unterscheidet beispielsweise in China folgende Gruppen, wobei die einzelnen Erscheinungen der Farbe, des Geschmackes, des Geruches, des Getastes einander entsprechend zugeordnet sind" *).

Shr. ontleent dan aan de Groot en Dantzel de volgende tabellen:

Wit rood zwart geel groen

tijger vogel krijgsman grondbezitter draak

droogte warmte koude natheid wind

scherp verzoeken zoutig zoet zuur

Verder vermeldt hij nog, dat de Zuni-Indianen in het oude Mexico voor elke windstreek een kleur hadden: zuid — geel; oost — rood; noord — wit; west — zwart.

En na deze weinige voorbeelden spreekt Werner dan van de universaliteit op de hele wereld van zulke verschijnselen, waaruit hij concludeert, dat er dus algemeen-psychologiese, en wel synasthetiese grondslagen voor aanwezig moeten zijn. „Die Grundlage ist eine geringere Differenziertheit im wahrnehmungsmaszigen Erlebnis, ein Bedeutungszusammenhang der verschiedenen Sinnengebiete, der in unserer objectiven Wahrnehmung sachlicher Art fehlt. Es klingt in diesen universalen Entsprechungen ein primitiveres Erlebnis nach, bei dem normalerweise die Wahrnehmung so tief im Bewusztsein verankert ist, dasz sie Schichten lebendig macht, in denen die Empfindung des Farbigen vor der des Geschmackes, der Temperatur usw. sich noch nicht scharf gesondert hat" *).

't Is wel merkwaardig, dat de schrijver niet opgemerkt schijnt te hebben, dat de weinige voorbeelden helemaal op 't gebied der magie liggen. Een physiologiese grond ontbreekt ten enenmale. Moet men onderstellen, dat de verdeling van arbeid in de hersens der natuurmensen (Chinezen!) nog niet zo ver gevorderd is als bij ons? Het is toch niet aan te nemen, dat de, ik zeg niet een (rare) Chinees, bij het ontmoeten van een krijgsman een ziltige smaak in de mond krijgt of bij het aanschouwen van een grondbezitter zoetigheid proeft? Of dat de wind hem een groene kleur voor ogen brengt en tegelijk een zure smaak bezorgt?

Want deze en geen andere kan de betekenis zijn van de

») Werner 1.1. blz. 62.