is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• sial. Dit is, zegt hij, een toestand, waarin men door bovenna-

«tuurlike krachten minder weerstand heeft. Zo kan iemand sial worden door het zien van vrouwelike geslachtsdelen of doordat een krokodil naar de man hapt*). Op een zijner reizen met zijn oppasser een klein riviertje passerend, hoorde hij hem plotseling sial zeggen, en opkijkend zag hij een badende vrouw. De oppasser zeide hem, dat ze, toen hij haar bemerkte, overeind stond, en dat hij toen haar geslachtsdelen gezien had, hetgeen sial betekende. Toen hij zich een ogenblik later aan een stuk bamboe verwondde, achtte hij dit de schuld der vrouw.

De Dajaks hebben dan ook strafbepalingen tegen de vrouw, die zo onvoorzichtig is, een argeloos voorbijganger in sial-

. toestand te brengen. Meisjes, die nog niet in de puberteitsjaren zijn, veroorzaken geen sial op deze wijze2).

Aansluitend hieraan vinden we bij de Toradja's het door Kruyt vermelde „measa", dat „onheilspellend" betekent 3). De Toradja's benoemen de gebeurtenissen, dieTemand in een toestand van gevaar brengen, met „measa", terwijl de Dajaks geen

. naam hebben voor die gebeurtenissen, maar voor de toestand, waarin de betrokkene erdoor komt. Een van de eerste voorbeelden, die Kruyt geeft, is het geloof, dat het breken van een aarden pot measa is. Dit breken wordt alleen als gevaarlik beschouwd, wanneer er iets bizonders moet gebeuren: een reis, een huwelik, 't betrekken van een nieuwe woning. In het dageliks leven kan men tegen een stootje, maar buiten zijn gewone doen is men enigszins onrustig zenuwachtig 4).

Tot zover kan ik Kruyt volgen en dit is juist zover, als zijn eigenlike reportage gaat. De theoretiese beschouwingén, die hij door zijn berichtgeving vlecht, moeten echter m.i. worden verworpen. Wat niet wegneemt, dat hem voor het bijeenbrengen van zoveel materiaal alle hulde toekomt.

Kruyt staat bij zijn verklaringen sterk onder de invloed van Van Ossenbruggen, door wiens studie over de pokkengebruiken op Java en elders, hij tot zijn publicatie kwam. Van Ossenbruggen onderging op zijn beurt de invloed van Marett, Preusz en Vierkandt, de mannen van het prae-animisme. Hierdoor werden zowel Van Ossenbruggen als Kruyt ertoe gebracht, het

1) J. Mallinckrodt. Ethnografische Mededeelingen over de Dajaks in de afdeeling Koealakapoeas. Bijdragen T.-L.- en V.kunde 80. 1924. blz. 577.

2) ibid. blz. 581.

3) Alb. C. Kruyt. Measa. Bijdragen T.- L.- en V.-kunde no. 74, 75 en 76, 1918/20.

*) Deel 74 blz. 287 e.v..