is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet, dat onder lagere volken van zulk een abstracte redenering wordt uitgegaan. Integendeel stelt hij uitdrukkelik vast, dat de logica impliciet, niet expliciet is; de toverende mens kent de magie alleen van de praktiese kant en analyseert haar niet!). Maar telkens toch zou de logica de redenering van imitatie en contact volgen.

Dit zou dus betekenen, dat de magie geheel op, zij het foutieve, redenering berust. Marett heeft daartegenover in zijn „From spell to prayer" 2) de nadruk gelegd op de onberedeneerde gevoelens, die tot een handeling dreven, welke waarschijnlik later pas meer beredeneerd werd overgedaan. Hij neemt daarvoor weliswaar slechts een enkel voorbeeld, n.L dat van een persoon, die het beeld van een geliefde vol woede in het vuur werpt, terwijl later het denkbeeld kan opkomen, het beeld opzettelik te verbranden, teneinde de betrokkene schade te doen. Het voorbeeld is niet bizonder gelukkig gekozen, omdat het ons juist naar hoger ontwikkelde volken voert Maar dat wazige gevoelens van vrees en vurige wensen in vele gevallen als de bodem moeten worden beschouwd, waarop dynamistiese praktijken groeien, is waarschijnlik. Het afschieten van magiese pijlen door de Australiërs zal oorspronkelik wel een handeling geweest zijn om gevoelens van haat te luchten; wellicht is dit eveneens het geval met het verbranden van haren en nagels en werd dit pas later gemotiveerd met de gedachte, dat er in deze dingen, die zoveel groeikracht vertonen, iets van de levenskracht van de mens zit Van enig bewijs in deze richting kan echter geen sprake zijn.

Geheel op (verkeerde) redenering schijnen de analogiehandelingen te berusten, b.v. het eten van rode appels om kinderen met een gezonde kleur te krijgen, het openen van deuren om een moeilike bevalling te bevorderen, het nabootsen van diergeluiden om jachtgeluk te hebben, enz. Men hoede zich er echter voor, die redenering uitsluitend als gevolg van rustige overweging te zien. Wie vol verwachtingen is over wat staat te gebeuren, maakt licht bewegingen, die daarbij te pas komen; de strijdlustige zwaait zijn zwaard of lans, de jager maakt het geluid van het dier, dat hij straks zal vellen. Hoe verbeeldingrijker de persoon is, des te levendiger zijn de bewegingen. Het optreden van de Tsji-vrouwen, die met wapens zwaaien, als hun mannen in de strijd zijn, welk geval door Beth

*) J. G. Frazer. The golden bough. Abridged edition 1924, blz. 11. 2) In: The threshold of religion.