is toegevoegd aan uw favorieten.

Frans handwoordenboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijandelijk 10

vijandelijk, aj ennemi;~e inval, invasion /. de 1'ennemi; ~ leger, armée ƒ. ennemie; <~e onderneming, entreprise hostile /. vijandelijkheid, v. hostilité /.

vijandig, l aj hostile [&], ennemi;~£ daad, acte m. d'hostilité; kleuren, couleurs ennemies; II ad hostilement, en ennemi. vijandigheid, v. inimitié, hostilité /. vijandin, v. ennemie f.

vliandschao. v. inimitié, hostilité ƒ.

vijf, cinq; 't is bij vijven, il est prés de cinq heures; wij zijn met ons vijven, nous sommes cinq; de ~ boeken van Mozes, le Pentateuque; ~ gooien, amener cinq; een van de is op de loop bij hem, il est un peu toqué, il a un coup de marteau; geef me de>—, F serre m'en cinq: donnemoi la main; veel vieren en vijven hebben, être fort exigeant; zonder veel vijven of zessen, rondement.

vijfarmig, aj a cinq bras.

vijfblad, o. %. quintefeuille /.

Vijfbladig, aj $ pentaphylle; (kroon)

pentapétale; (k elk) pentasépale. vljfbroederig, aj % pentadelphe.

vijfde, cinquième; (Keizer) Karei de '—', Charles-Quint; Sixtus de ~, Sixte-Quint; W illem de ~, Guillaume cinq; de<~~ Mei, le cinq mai; één un cinquième; twee ~, deux cinquièmes; cinquième-

ment.

vijfdepart, o. cinquième partie f.

vijfdubbel, aj quintuple; het~ e,le quintuple vijffrankstuk, o. écu m. de cinq francs, vijfhelmig, aj %. pentandre.

vijfhoek, m. pentagone m.

vijfhoekig, aj pentagonal, pentagone. vijfhonderd, cinq cent(s).

vijfhoofdig, aj in: <—e regering, pentarchie /. viifiaarliiks, ai quinquennal.

vijfjarig, aj de cinq ans;~ tijdvak, lustre m. vijfkaart, v. quinte /.

vijfkamp, m. (sp.) pentathlon, pentathle m. vijflettergrepig, aj ïl cinq syllabes, pentas yllabe.

vljfling, m. cinq jumeaux »».#>/.

vijfmaal, cinq fois; -—■ nemen, quintupler. vijfman, m. pentarque m.

vijfmannig, aj %. pentandre.

vijfponder, m. pièce ƒ. de cinq.

viifsnarte. ai J* Dentacorde.

vijfstemmig, aj ï & cinq parties (of voix). vljftalig, aj pentaglotte.

vijftien, quinze.

vijftiende, aj quinzième; Mei, le quinze

mai; Lodewijk de Louis quinze. vljftienhoek, m. quindécagone m.

vliftie. cinquante.

vijftiger, ff», quinquagénaire m.; hij is een

goeie ~, il a passé la cinquantaine. vijftigjarig, I aj de cinquante ans, quinquagénaire; 't jubileum vieren, fêter la

9 vijzelmolen

cinquantaine (de); ~ bestaan, cinquantenaire m.\ II m. & /. ■—e, quinquagénaire m. & /.

vijftigtal, o. cinquantaine /.

vijfvingerkruid, o. % quintefeuille f. vijfvingervis, m. pentanème m.

vijfvlak, o. pentaèdre m.

vijfvoet, m. pentamètre m.

vijfvoetig, aj è cinq pieds; ~ vers, pentamètre m.

vijfvoud, o. quintuple m.\ het ■— nemen,

quintupler.

vijfvoudig, aj quintuple.

vijfzuilig, aj pentastyle.

vijg, m. (vrucht) figue /.; z». (boom)

figuier m.

vijgappel, m. pommef-figuet /.

vijgboon, v. % jugeoline, sésame /. vijgdistel, v. nopal m.

vijgeblad, o. i % feuille f. de figuier; 2 (a a n

standbeeld) feuille /. de vigne. vijgeboom, m. $ figuier m. vijgeboomgaard, m. figuerie /.

vijgeboon, m. lupin m.

vijgemand, ~ mat, v. cabas m.

vijgenbijter, m. i becf-figuet, tritri m. vijgeneter, m. mangeur m. de figues. vijgenkofïie, v. café m. de figues. vijgenmelk, v. lait m. aux figues. vijgensnip, v & bec-figue m.

vijgentuln, m. figuerie ƒ.

vijgepeer, v. poire figue /., pistolette ƒ. vijgetouw, 0. sparton m.

vijggezwel, 0. zie vijgwrat.

vijgvormig, aj caricoïde.

vijgwrat, v. tic, cnampignon m.

vijl, v. lime /.; driekante ~, tiers-pointt m.;

grote vierkante ~, carreau m.

vijlen, Ivt & vi limer; glad ~, polir; grof~,

ébaucher; II 0. limage m.

vijlenmaker, m. fabricant m. de limes. vijler, m., -ster, v. limeur m., -euse /. vljlhecht, 0. manche m. de lime.

vijling, o. limage m.

vijlmachine, v. limeuse /.

vijlsel, o. limaille f.

Vijlstreek, v. trait m. de lime.

vijver, m. 1 (in 't al g.) étang m., petite

pièce f. d'eau; 2 (via—') vivier m. vijverbies, v. % jonc m. des tonneliers. • vijverlis, v. $ marisque m.

vijvermossel, v. anodonte m.

vijvernimf, v. nymphe /. limnacide. vijverplanten, v. mv. plantes paludécnnes f. pi.

vijvertje, o. petit étang m., bassin m. vijvervis, m. & v. poisson m. de vivier. vijzel, 1 »». mortier »».; 2 vérin m. vijzelen, vt élever avec un vérin. vijzelhoofd, 0. écrou m. de vérin. vijzelmolen, ff», vis d'Archimède, limace /. vijzelsehroef, v. vis /. de vérin.