is toegevoegd aan uw favorieten.

Frans handwoordenboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zilvergroeve i:

zilvergroeve, v. mine /. d'argent. zilverhelder, aj argentin, clair comme 1'argent.

zilverhoudend, aj argentifère, argental. zilverkalk, v. chaux f. d'argent.

zilverkast, v. armoire f. a i'argenterie, buffet zilverkat, v. chinchilla m. [m.

zilverkever, m. charan?on m. argenté. zilverklank, m. timbre argentin m. zilverkleurig, aj argenté.

zllverkwik, o. mercure m. argental. zilverling, m. denier, sicle m.\ de dertig •—en,

B ook: les trente pièces d'argent. zllverraand, v. ~je, o. panier m. k I'argenterie.

zilvermeeuw, v. ï mouette /. argentée. zilvermijn, v. mine f. d'argent.

zllvermotje, o. zie suikergast.

zilvermunt, v. monnaie blanche /. zilvernitraat, o. pierre /. infernale, nitrate m. d'argent.

zllveroalossine, v. solution /. d'argent.

zilverpapier, o. papier m. d'argent (of d'étain).

zilverpopulier, m. $ peuplier blanc,ipréau,

ypréau m.

zllverproef, v. essai m. de 1'argent. zilverreiger, m. ï grande aigrette /. zilverreln, aj argentin.

zilverrente, v. rente métallique /. zilverroebel, m. rouble m. d'argent. zilverschoon, § argentine f.

zllverschüim, o. chiasse /. d'argent. zilversmid, m. orfêvre m.

zilverspar, m. % sapin m. blanc, sapin

argenté, avet m., avette /.

zilverspinner, m. fileur m. d'argent. zllverstaaf, v. barre /. d'argent.

zilverstaai, o. acier m. superfin, -surfin. zilverstift, v. pointe /. d'argent.

zilverstof, o. poudre /. d'argent.

zilverstuk, o. pièce /. d'argent.

zilvervaren, v. $ gymnogramme m. zilvervis, m. 23 argentine /.

zilvervlies, o. pellicule /. argentée. zilvervloot, v. CP galions m. pl. d'Espagne. zilvervos, m. renard m. argenté. zilverwerk, o. argenterie /.

zllverwesp, v. crabron m.

zllverwile. m. S saule m. blanc.

zilverwinkel, trt. magasin m. d'argenterie. zilverwit, aj argenté.

zilverzand, o. i sable m. argenté, poudre

d'argent; 2 sable argentifère. zllverwortel, v. $ dryade /.

zilverzout, 0. sel m. d'argent.

zin, m. 1 (i n 't a 1 g.) sens m.\ 2 (m e n i n g) avis m., opinion 3 (strekking) tendance /.; 4 (bedoeling) intention 5 (lust) envie ƒ.; 6 (betekenis) sens m., signification, acception /. (d'un mot); 7 (volzin) phrase, propo-

c zin

sition /.; de ~ voor het schone, le sens esthétique, le sentiment du beau; waar zijn uw ~nen? oü donc as-tu la tête? iemands <—1 doen, faire les volontés de qn.; faire è qn. ses volontés; zijn eigen ~ doen, (en) faire 4 sa tête; hij doet altijd zijn eigen il n'en fait qu'a sa volonté; hij wil altijd zijn eigen ~ doen, il veut toujours (en) faire a sa tête; als ik mijn eigen kon doen, si je pouvais faire ma volonté; iemand zijn ~ geven , le laisser faire (k sa volonté); lui céder, accédcr a son désir; dat woord geeft aan die ~ een andere ~t ce mot [qui précède] prête 4 cette phrase un autre sens; ~ hebben om..., avoir envie de...; het zou geen ^ hebben, cela n'aurait aucune raison d'être; als je ~ hebt om..., si vous avez envie de...; dat heeft geen cela n'a pas de raison d'être; wat voor ~ heeft het om...? a quoi bon...? nu heb je je te voili servi 4 souhait! ik heb geen ~ in dansen, je n'ai pas 1'humeur 4 la danse; zij heeft in hem, elle a du goüt pour lui; ik heb er geen ~ in, je n'en ai pas envie; ik heb geen ~ om uit te gaan, je ne me soucie pas de sortir; als ge er ~ in hebt, si le coeur vous en dit, F si 9a vous chante; heb je er ~ in (om...)? cela vous dit quelque-chose? hij heeft nergens meer ~ in, il n'a plus de goüt è rien; ik heb er wel ~ in, je veux bien; zijn op iets gezet hebben, vouloir qc.

a tout prix; hij heeft er nu eenmaal zijn '—1nen op gezet, il s'est féru de cette idéé; zijn bij elkaar houden, rester maitre

de soi; ~ in iets krijgen, prendre goüt k qc.; krijgen, obtenir ce qu'on veut;

avoir (of obtenir) gain de cause [dans une affaire]; hij zal zijn ~ krijgen, on fera sa volonté; zijn ~ niet krijgen, ne pas obtenir ce qu'on veut; ne pas obtenir gain de cause; hem er ~ in doen krijgen, le mettre en goüt; de -—men strelen, flatter les sens; zijn ~ volgen, faire sa volonté; zijn ~nen zetten op..., tourner toutes ses pensées vers; zijn <~^nen verzetten, se distraire; niet goed b ij zijn •—■nen zijn, être hors de son bon sens; i n de ~ komen, revenir k 1'esprit; in deze ~ adviseren & dat..., dans ce sens que...; in die dans ce sens; in eigenlijke (figuurlijke) au sens propre (figuré), au propre (figuré); in engere '—, dans un sens plus étroit du mot, au sens étroit du mot; in ruimere au sens plus large; in de ruimste (volste) ~ des woords, dans toute la force du terme, dans la meilleure acception du mot; het in verkeerde ' opvatten, le prendre de travers; in de ware <—- des woords, dans le véritable sens du mot; in zekere en un sens, en quelque sorte, en quel-