is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders ongetwijfeld bevruchtend zou kunnen werken, moeilijk maakte, staat het feit dat dit isolement voor de drent ook een bron geweest is van nu nog nawerkende kracht. Uit het isolement is bewaard gebleven een sterk gevoel van saamhoorigheid, een gemeenschapsbesef. Nog tot ver in de nieuwe tijd beteekende in de eschdorpen eigendom nooit onbeperkte zelfbeschikking. Trouwens, tot het einde van de vorige eeuw waren de maden nog in vele dorpen gemeenschappelijk bezit. De esschen zijn al veel vroeger in persoonlijk bezit overgegaan. Maar ook al was dat het geval: de tijden van zaaien en oogsten werden in de vergadering van de marktgenooten op de brink vastgesteld. De boerhoorn of kerkklok bepaalde aanvang en einde van de werktijd. Er waren rechtsregels om te verhinderen dat de markegrond bij verkoop in vreemde handen kwam. Voor het volksrechtsbesef blééf alles gemeenschappelijk bezit.

En dan waren er de burenplichten (noaberplichten): de verplichting tot wederzijdsch hulpbetoon in alle nooden voor allen die in een buurtschap (noaberschap) wonen en de plicht tot laten deelen in elkanders vreugd. Dit noaberschap is nog niet dood; vooral niet in de meer afgelegen dorpen. Soms is het ontaard en wordt het alleen als last ervaren, maar ik heb nog wel gevallen meegemaakt waarin het aanleiding gaf tot treffende staaltjes van opofferingsgezindheid bij nood door ziekte of sterfgeval in het gezin van één

van de „noabers". .

Dit bestaan, ingeklemd in de dorpsgemeenschap, in de keurslijf van het oud-gebruik is bijzonder stijlvol, maar heeft ook iets onpersoonlijks. Een echte drent spreekt en handelt in de eerste plaats als lid van de dorpsgemeenschap en is afkeerig van het toonen van individualiteit. Hij moet heel weinig hebben van alles wat het „algemeene" doorbreekt en een al te zeer afwijkende meening wordt, als ze niet met gezag door een buitenstaander geponeerd wordt, al heel spoedig gestempeld als „onverdraagzaam" of zelfs als „dweeperij". Intusschen heeft deze sociale bepaaldheid de drentsche boer voorbereid op de moderne vorm van georganiseerd hulpbetoon, de coöperatie.

Heden ten dage wordt de ééne school veelal als symbool van de dorpseenheid beschouwd. Dit geeft de ,,bijzondere