is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dogmatisch is de Noord-Hollander allerminst; dat is algemeen bekend (ik mag voor het nu volgende wel nadrukkelijk wijzen op de genoemde artikelen van Heynes, Lindeboom en Kruyt). Wie ter kerke gaat, maakt daarbij in het algemeen niet veel onderscheid tusschen recht- of vrijzinnig, ja er zijn gemeenten, waar bij predikanten van de eerstgenoemde richting meer menschen komen dan bij die van de tweede. „De menschen in mijn gemeente zijn vrijzinnig", zei een predikant me, althans ze noemen zich zoo, voegde hij er terstond aan toe. Want wat het verschil precies is, weten ze niet recht. ") Zoo ken ik verschillende menschen, die vroeger bij moderne dominees zijn aangenomen en op moderne dorpen zijn groot geworden, en nu zeer trouwe kerkgangers zijn bij een orthodoxen predikant. En zich daar best thuis voelen. Op mijn vraag of er dan geen verschil was, luidde het antwoord: „ja, ze schijnen daar wel veel anders geworden te zijn"!! Natuurlijk zijn er ook wel, die het verschil merken. Maar van 't gros geldt: Fijn en niet-fijn, dat is de tegenstelling. Maar wat „fijn" inhoudt, blijft een mysterie, of het moest zijn, dat een fijne trouw zijn kerkelijke plichten nakomt. Overigens is dat ouderwetsch en daarom veroordeeld; en of een fijne in alle opzichten te vertrouwen is op het stuk der eerlijkheid, is voor den NoordHollander ook nog zeer de vraag.

Ja, de ethiek, dat is een belangrijk punt in dit gewest. Tot eere moet gezegd worden, dat de moreele standaard in het algemeen hoog is. „Gnappies leven", de levenshouding van den oudsten zoon uit Luc. x 5, zooals Lindeboom hem treffend typeerde, is hier nummer één, maar ook twee en nog een heelen tijd verder. Een stoer, maar vlak, saai moralisme wordt het, met zeer sterken nadruk op alles, wat nuttig is. Daarbij heeft hij de kerk eigenlijk niet noodig; hij weet dat

") Vgl. J. Lindeboom, t.a.p., blz. 374: „Zoo is een moderne dominee spoedig fijn, en een fijne gauw modern; een vrijzinnig predikant, die den naam van God wat vaak gebruikt, en dientengevolge „mirakel goddelijke" preeken geeft, loopt licht gevaar om vanwege zijn „fijnigheid", zijn geestelijk krediet te verliezen, en een ethisch-orthodox candidaat, die in een vacante gemeente ondogmatisch „uit het leven" preekt, doet een goeden gooi naar een beroep. Treurig is het, maar waar, dat veertig en meer jaren moderne prediking bij zeer velen geen juiste voorstelling hebben kunnen wekken van de verschillen tusschen links en rechts." — Lees ook Heynes' vermakelijke beschouwing, De Kerk in N.H., blz. 739—740.