is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de goeie stadsdominees, die waren er ook, bij wie hij als student natuurlijk alleen naar de kerk ging.

Dominee vindt het leven zeer gevaarlijk. De sport is gevaarlijk, die leidt tot mensenverering. De film is gevaarlijk. Die prikkelt de lagere instincten. Het feestvieren is gevaarlijk. De jeugd struikelt zo licht. Dominee is bang voor het leven, omdat hij het niet kent. Hij heeft nooit een mens gezien. Omgekeerd zag niemand hem ooit zonder zijn zwarte pak en zijn grijze das met een zwart streepje. Op de pastorie is een badkamer. Men mag veronderstellen dat deze gebruikt wordt. Maar voor iemand, die dominee kent, is het een onvoorstelbare grootheid: deze dominee in het bad.

DE DIAKEN.

Hij is door den Here Zelf tot diaken gemaakt. Zo heeft hij het nog pas verklaard. Hij was tot ouderling gekozen. Daar had hij veel strijd mee. Maar in de nacht gaf de Here opening. En 's morgens werd hij plotseling bij een kind Gods geroepen, dat in stoffelijke nood verkeerde. Daar mocht hij dan als diaken helpen. Daarom: de Here wil hem als diaken voor Zijn volk gebruiken.

Hij laat zich graag gebruiken. Want vroeger kon hij in de gemeente niet aan het woord komen. Daar was een tijd, dat de „heren" de gemeente nog regeerden. Die zorgden er dan voor dat er een lichte dominee naast een zwaren beroepen werd. Die zware was er dan om het volk zoet te houden. Maar de mindere man, zoals hij, die een klein winkeliertje was, had verder de mond te houden. Maar de Here zette Zijn werk door. De gemeente is nu heel anders. Nu zitten de mensen met geestelijke kennis vooraan. Nu wordt er aangedrongen op het beleven van de waarheid. Nu wordt er ook nauw geleefd voor des Heren aangezicht. Maar dat wordt ook alweer minder. Dat is de zorg van den diaken, die door den Here Zelve tot diaken is gemaakt. En die op de plaats waar hij staat voor de waarheid zal strijden zolang als de Here hem gebruiken wil. De rijken en de lichte dominees zal hij bekampen tot het bittere einde. Staat er niet geschreven dat een rijke bezwaarlijk zal ingaan?