is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen van de eeuwigheid. En ik hoor het nog hoe hij preekte over de wederbarende Geest. En nederig, dat hij was: in zijn voorgebed vroeg hij dikwijls of het den Here behagen mocht, al was het er maar één, toe te brengen. Trouwens, hij had zo'n mooie gebedsgang. En zo'n vriendelijk mens. Toen wij aangenomen werden zei hij nog, dat hij overtuigd was dat wij het allemaal eerlijk meenden. Maar dat het buiten de wederbarende Geest toch mensenwerk bleef en daarom gaf hij ons de raad mee, maar altijd te blijven bidden om een nieuw hart. Ook heeft hij eens een keer over de duivel gepreekt, ik ben dat nog niet kwijt. Maar onze dominees zijn nog best om te horen. Vooral de dominee van onze wijk. Dat is een man die er wel weet aan heeft. Hij wijst er altijd weer op dat wij zondige mensen zijn en dat dat onze nood is dat wij dit niet weten. Dan komt hij op de noodzakelijkheid van de wedergeboorte zonder dewelke niemand het koninkrijk Gods kan zien. Neen, het is nog best om te horen. Niet dat ik nu voor honderd procent er zeker van ben, dat ik veranderd ben. Daarom kom ik ook niet aan het Avondmaal. Neen, weet je, wie een veranderd mens was: de oom van mijn vrouw, die voor een paar jaar is gestorven. Die wist te spreken, buitengewoon. Tot in het uur van zijn dood toe. En vrij met de dominee, dat hij was. Hij noemde den dominee maar zo broeder. Dominee kwam er dan ook veel. En dominee zei op de begrafenis nog dat de Here hem veel door dezen afgestorvene had willen leren. Maar dan zal je zien, dan komt de vijandschap van de wereld ook los. De kinderen van de wereld kunnen het bij het leven niet houden. Oom was ongetrouwd en de laatste jaren zijn ik en mijn vrouw heel wat bij hem over de vloer geweest. Mijn vrouw was zowat de lievelingsnicht van oom. Toen oom stierf had hij zijn hele boeltje aan ons nagelaten. De anderen zijn daar nijdig om. Zopas heeft een andere neef nog op de markt tegen een kennis van mij gezegd, dat hij van de eeuwige staat van oom afblijft, maar dat hij de vrome praatjes van oom en van mij en mijn vrouw niet gelooft. Dan hadden wij met het geld wel christelijker gehandeld. Kijk, daar heb je die vijandschap. Ik mag anders maar graag in de kerk zitten. Men ziet daar meerdere veranderde mensen, ingeleide kinderen Gods. En het is toch