is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind voor zijn 6e jaar ontvangt. Er zijn er, die meenen, dat het karakter van het kind dan reeds is gevormd. Vele onzer kinderen hebben voor de eerste puberteit al veel beleefd. Op de leeftijd, die als de meest receptieve geldt, hebben zij alles behalve verheffende indrukken ontvangen.

Deze kinderen, aan wie veel gezondigd is, wier verstand vooral als verweer werkte en daarom naar de kant van de slimheid zich sterk ontwikkelde, wier gemoedsleven reeds vroeg groote schokken te doorstaan had, wier wilsleven door het voorbeeld vaak verslapt was, worden ons toevertrouwd. De opvoeding, die zij ontvingen, was er allesbehalve op gericht hun geestelijke belangstelling te wekken, maar kweekte onverschilligheid en wantrouwen. Natuurlijk hebben niet allen de invloeden op dezelfde wijze ondergaan; sommigen zijn er nog wonderlijk bewaard uit te voorschijn gekomen, terwijl anderen er deerlijk door werden gehavend. Toch kan men wel spreken van een algemeen type, dat hier werd gevormd. Günther Dehn zegt in zijn boek: „Die religiöse Gedankenwelt der Proletarierjugend", hoe hij opmerkte, dat bij den „proletarierjongen" eigenlijk de voorwaarde voor elke religieuse houding ontbrak, een „feeling" voor God, het gevoel daarvoor, dat er een verheven Macht is, welke wij eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Hierin bestaat de hevigste verwaarloozing van het kind, dat het opgroeit in een milieu, waar het besef van heiligheid en gebondenheid ontbreekt. In dit opzicht is het object van de uitwendige zending verhevener, dan dat van de inwendige zending.

Deze kinderen worden van hoogerhand uit hun oude milieu gehaald en in onze gemeenschap geplaatst. De enkeling is daarvoor dankbaar, de velen niet. De overgang tot het geregelde leven is voor hen moeilijk; het mocht hun in het oude milieu aan nog zooveel ontbreken, er was vrijheid; men kon spijbelen, kattekwaad doen naar hartelust en nu komt men in een milieu van orde en regel. De nieuwe omgeving is vreemd en men staat er wantrouwend tegenover. De nieuwe leidslieden probeeren het verstands-, gevoels- en wilsleven te ontwikkelen en te vormen. In de dingen, waarin men vroeger groot kon zijn, kan men het nu niet meer. Alles wordt anders: natuurlijk is het prettig, alles op tijd te