is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als degenen, die gedoopt zijn of behoorden gedoopt te zijn, als degenen, voor wie ook het bloed van Christus vergoten is en tot welke Hij spreekt: Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want derzulken is het Koninkrijk Gods.

De armen der kerk waren zij meestal, zooals zij ook armen der stad waren. Zij zijn het, van wie Rainer Maria Rilke zegt:

Da wachsen Kinder auf an Fensterstufen

die immer in demselben Schatten sind,

und wissen nicht, dasz drauszen Blumen rufen

zu einem Tag voll Weite, Glück und Wind, —

und müssen Kind sein und sind traurig Kind.

Zooals deze armen verstoken blijven van de rijkdom der stad, zoo blijven zij aanvankelijk verstoken van de rijkdom der kerk. Aanvankelijk zijn zij dus stiefkinderen van beide in dien zin, dat hun moeder zich weinig over hen bekommert; zij heeft geen tijd en geen gelegenheid voor ze. Het is een kind, dat in de schaduw van, maar niet in de kerk is groot geworden en daarmee is het „treurig kind" geworden. De kerk roept op tot de wijdte van Gods hart, tot de onbegrensdheid van Zijn Liefde, tot de heiligheid van Zijn wet, tot aanbidding van Hem, die zijn leven gaf tot een rantsoen voor velen. Zij wil het kind, dat opgegroeid is in de bedompte sfeer van de steeg en de éénkamerwoning, doen uitzien over wijde stranden en verre zeeën. Het kind is echter als stiefkind groot geworden.

Het is gemakkelijker het lichaam, dan de ziel van het kind te verzorgen. Het is gemakkelijker het kind uit de donkere omgeving van het oude tehuis naar de lichte zalen en de heerlijke tuinen van de Martha-Stichting over te plaatsen, dan het kind los te maken uit de geestelijke benauwenis en de duistere gebondenheid, waarin zijn ziel verbleekte en verdorde, en het over te zetten in de zon der kerk. Daartoe is de mensch buiten machte.

'k Kan mij goed voorstellen, dat iemand, die uit een bloeiend gemeenteleven komt, waar velen bewust en ijverig