is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag hij niets en was alles stil. Om ze te verjagen plaatste hij eindelijk een hooivork bij zijn bed en toen het spel weer begon, sloeg hij met geweld tegen de gordijnen en over de vloer. Maar het hielp niet, telkens hoorde hij opnieuw dezelfde onverklaarbare geluiden, toch bleef hij bij zijn meening dat het ratten of muizen moesten zijn, die zich 's nachts in het leege huis verzamelden. Toen, op een winteravond om negen uur, klonken plotseling harde slagen, als mokerslagen, tegen de voordeur en de deur beneden in het huis, en tegelijk hoorde hij ruwe onverstaanbare stemmen buiten in het donker. De pastoor sidderde over heel zijn lichaam; hij dacht, dat dieven de rijke kerksieraden, geschonken door den broeder van freule des Garêts, kwamen stelen. Hij opende het raam en riep: ,,wie is daar?" maar hij kreeg geen antwoord en zag niets. Het bonken op de deuren herhaalde zich verschillende malen en werd steeds heviger. Wanhopig van angst vroeg de pastoor aan den wagenmaker van het dorp, André Verchère, een sterken man van acht en twintig jaar, of hij op de pastorie wilde komen slapen.

„Zeer gaarne, mijnheer pastoor, zoo getuigde in het proces van onderzoek Verchère, dan ga ik mijn geweer laden. -

Toen het avond was geworden, ging ik naar de pastorie. Tot tien uur zaten wij, de pastoor en ik, ons warmend bij de kachel. ,,Laat ons slapen gaan!" zeide hij dan. De pastoor stond mij zijn kamer af en ging slapen in het vertrek er naast. Ik sliep niet in. Tegen één uur hoorde ik met geweld de klink van de buitendeur rammelen, dadelijk dreunden zware slagen tegen die deur en was er een lawaai in huis