is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is het oogenblik om te gedenken het nederig begin van den pastoor, naar Ars gestuurd om wat Godsliefde te brengen waar zij niet meer werd gevonden : een verlaten en vervallen kerkje en in de avondschemering voor het vervelooze altaar de pastoor den rozenkrans biddend op zachten toon, achter hem een enkele vrouw, die antwoord geeft op zijn innige stem. En nu: de oud geworden man, het lichaam verbleekt en verdord, het avondgebed verrichtend bij het schijnsel van talrijke kaarsen voor een ontelbare menigte, samengekomen uit dorpen en steden van het geheele fransche land. Bij het uitspreken van dezelfde woorden der acte van liefde rijst het lichaam mee in het opwaarts stijgend verlangen, terwijl de goudglans der naderende belooning glinstert om de ingevallen slapen.

In zijn laatste levensjaren werden de ouderdomskwalen een ontzettende marteling van dag en nacht. Maar in volle overgave wist hij dat dit lijden niets anders was dan een heilzame boete, den mensch opgelegd tot voorbereiding op den dood.

Wel was hij nu bevrijd van het duivelsgeraas en zijn nachtelijk gebed kon ongestoord voortduren als de slaap hem werd onthouden door den aanhoudenden hoestprikkel. Daar lag hij dan na den langen arbeidsdag op het dun en hard stroolager, bezweet en pijnlijk, zich wentelend heen en weer zonder een houding van rust te kunnen vinden : de uren verliepen en hij bereikte slechts nu en dan den korten slaap der uitputting. Doch onverzettelijk hervatte hij zijn dagtaak iederen nacht om één uur, hoewel hijzelf bekende dat het vroeg opstaan hem nu ieder keer