is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de pastoor zag niet alleen in de toekomst van anderen, ook voor zich zelf kende hij den tijd der verlossing uit het door ascese verteerde omhulsel. Reeds in Mei van het jaar 1859 had hij in een gewone zondagspreek gesproken met groote bewogenheid, duidelijk afscheid nemend van zijn trouwe parochianen, zoodat de menschen in droevige stemming waren naar huis gegaan. Omstreeks half Juli had hij in den biechtstoel een gesprek met een vrome vrouw uit Saint-Etienne : die vrouw kwam elk jaar in den zomer een maal biechten, maar omdat zij oud en gebrekkig was geworden, wilde zij dit jaar voor goed afscheid nemen, zij zou wel niet terugkomen en hem dus ook niet meer zien. „Toch wel! mijn kind, antwoordde de heilige beslist, over drie weken zullen we elkander weer zien". De vrouw begreep hem niet, ging heen in gedachten over zijn vreemden uitval. Zij keerde terug naar Saint-Etienne en zijn voorspelling werd in Ars niet bekend. Eenvoudig als altijd bleef de heilige op zijn zwaren post, maar drie weken later stierven beiden ongeveer op denzelfden tijd . . .

Tot Catherine had hij gezegd : ,,si un prêtre venait a mourir a force de peines et de travaux endurés pour la gloire de Dieu et le salut des ames, ce ne serait pas mal". *)

Terugkeerend van een bedevaart naar la Louvesc, kwam Etiennette Durié op 18 Juli in Ars en sprak den heilige in den biechtstoel : ,,lk geloof niet, mijn vader, dat ik een goeden bidweg gedaan heb in la

*) „Wanneer een priester zou komen te sterven ten gevolge van zwaren arbeid en lasten, verdragen tot de eer van God en het heil der zielen, d»t ware niet kwaad."