is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Egmonds Koopwaar

Eindelijk, en met een diepen zucht, kwam ook broeder Richerius zich in de uitgestorven librye op z'n schrijfstoel zetten. Ondanks z'n bruusken aard en door al de tegenwoordige ellende heen, bleef hij even nauwgezet z'n plicht doen, afwisselend koster in de Egmonder abdijkerk en afschrijver der libri matutinales in de Egmonder boekenzaak

Maar zóó overkropt was z'n gemoed vanmorgen, dat hij vóór de veder in den inktkoker te doopen, zich omwendde naar de twee anderen, met hem de laatste getrouwen hier. Reeds een uur en langer waren deze beiden er bezig — kapelaan Mumorus aan z'n notenschrift, vader Fredericus aan de homilieën van Joannes Chrysostomus. ,,'t Loopt op 'n eind met de abdij van Egmond", barstte broeder Richerius uit. ,,'k Heb onzen zoogenaamden abt Asselijn zooeven weer eens aan 't verstand willen brengen, dat er oproer broeit onder de overgeschoten broeders hier, dat ze 't moe zijn uit te hongeren bij den slavendienst voor z'n drie schurkachtige raadsheeren. Maar geen ander bescheid, dan z'n eeuwigen bloemzoeten glimlach en dat laffe vermaan van altijd en immer: „Blijven we trouw aan den klooster-