is toegevoegd aan uw favorieten.

De "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar het billet de santé dan . . .!"

„Laat drijven dat ding — hijsen!" antwoordde ik. „We gaan er uit." En nogmaals zei hij „Uw billet de..." doch verder kwam hij niet want ik schreeuwde: „Zwijg over dat damned paper, laat maar zwemmen." En hij hees — en nu zijn we hier aangekomen zónder gezondheidspas. En nu drijft dat ding nog eenzaam in de haven van Dakar, als het er tenminste niet uitgedreven is.

Zoals ik u al zei, messieurs — a qui la faute . . .? A vous!"

Zonder een krimp op mijn gezicht bleef ik de Fransen aankijken. Ik zag, hoe zich een worsteling ontwikkelde tussen hun gevoel voor humor en hun bureaucratische aanleg. Doch de roem over de Franse wijn deed hun goed.

De humor won het: Zij barstten uit in een schaterlach!

Ik had het pleit gewonnen . . .

En nu een bewijs, hoe een charmant volk die Fransen toch zijn:

Toen ik twee dagen later Cayenne verliet, kreeg ik van dienzelfden havenmeester twee flessen Franse wijn cadeau en die smaakte ons nog beter dan die nooit gedronken wijn in Dakar.

Het eerste werk in Cayenne was een telegram sturen naar huis: „Toutbien — écrivez Paramaribo."Ziezo — die vier woorden zouden heel wat spanning wegnemen, doch ongerust waren ze niet geweest. Eens kwam Jaap mijn jongste van acht jaar uit school, vertelde mijn vrouw me later. „Moeder, die jongens op school zeggen: Je vader is vergaan ha, ha, ha, bestaat niet!"

Eerst daarna konden we aan ons zelf denken, maar dat deden we dan ook goed! Ik liet eens fijn