is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van Grave

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reden kregen de Hervormden verlof ook daar bijeen te komen.

Met de komst der Franschen braken voor de katholieken van ons vaderland betere dagen aan. Ook zij kregen godsdienstvrijheid en konden onder zekere voorwaarden weer in ’t bezit komen hunner vroegere kerkgebouwen. Op veel plaatsen ging dat met groote moeilijkheden gepaard. Niet zoo te Grave. Reeds in 1799 werd een vergelijk getroffen tussehen de verschillende godsdienstige genootschappen, dat nog in dat zelfde jaar door het stadsbestuur werd goedgekeurd. In de stad verbleven in die dagen 1678 Katholieken, 250 Gereformeerden en 28 Lutherschen.

De grijze Elisabeth kwam weer in katholiek bezit, maar daarvoor moesten de Katholieken aan het Gereformeerd Kerkgenootschap betalen 52 gulden, 8 stuivers en 1 penning en aan de Lutherschen 209 gulden, 6 stuivers en 14 penningen en hen nog 500 gulden ter hand stellen. Tevens werd er eén overeenkomst getroffen tussehen de Gereformeerden en Lutherschen. De kloosterkerk van het Begijnhof zou in het vervolg voor den Hervormden Eeredienst gebruikt worden. (Toen bij de Lutherschen in gebruik). Nog heden hebben aldaar hun godsdienstoefeningen plaats.

Groot was de vreugde der Katholieken over deze schikking. Aanstonds werd dan ook begonnen met het herstellingswerk. Van een der lagere dwarspanden was na het beleg van 1794 slechts een puinhoop overgebleven, die in 1800 werd weggeruimd, wat ook geschiedde met het voormalig koor der Kanunniken, waardoor het kerkhof werkelijk vergroot werd. Langzaam vorderde het restauratiewerk en op Pinksterdag 1804 werd voor het eerst na 130 jaren een plechtig H. Misoffer in de St. Elisabethskerk opgedragen. Men kan zich de vreugde der katholieken van Grave bij die gelegenheid voorstellen.

Op 3 Juli 1805 verleende Z. H. de Paus onder de gewone voorwaarden een volle aflaat aan allen, die