is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van Grave

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit mag men wel besluiten, dat het in die dagen met de geldmiddelen van het gesticht zeer treurig gesteld was. Vooral door het beleg van 1674 hadden de gebouwen veel geleden. In 1835 werden'zij gesloopt en op 27 Mei van het volgende jaar de eerste steen gelegd van een nieuw gasthuis, dat vanaf 30 Juli 1838 door religieuzen bediend wordt. Het was opgetrokken pp dezelfde plaats waar voor meer dan vijf eeuwen de liefdadige instelling van Jan van Cuijk was tót stand gekomen.

De Congregatie der Gasthuiszusters van Breda bleef te Grave werkzaam tot Mei 1932. Zij verpleegden er de zieken, verzorgden ouden van dagen en voogdijkinderen. Tevens bestuurden zij in de stad het St. Elisabeths-Rustoord, een pension voor dames en heeren.

De stichteres en eerste algemeene Overste der Gasthuiszusters, Moeder Theresia Saelmaekers, stond aan het hoofd van die kloosterinstelling tot 22 October 1842 en werd toen overste te Grave. Haar verblijf aldaar was maar van korte duur, zij vertrok vandaar naar Oosterhout.

In 1932 werden de Gasthuiszusters van Breda in de beide gestichten van Grave vervangen door Duitsche Franciscanessen van Marienhaus. De fondsen van het gesticht zijn bestemd voor alle armen der stad, zonder onderscheid van godsdienst.