is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONNEVLEKKEN

meegedeeld, geeft een goede indruk van de verplaatsing van een tweetal vlekken over de schijf, op achtereenvolgende data.

Zonnevlekken zijn vrij ongedurig; ze houden nooit lang dezelfde gedaante. De duizenden waarnemingen, die er alzoo in de loop der tijden verricht zijn, hebben ons een goed overzicht gegeven van de levensgeschiedenis van zoo’n vlek. Meestal begint het met een nauw zichtbaar donker stipje , op de schijf, dat dan vervolgens snel in omvang toeneemt en zich ontwikkelt tot een donkere vlek. De doorsnee van zoo’n Zonnevlek kan zoo groot worden, dat de aarde er met gemak in zou kunnen verdwijnen.

Op onze platen IV en V vindt men eenige prachtige zonnevlekken afgebeeld. Rondom de donkere kern zien we een zoom loopen die wat lichter is van tint, dat is de z.g. „halfschaduwkrans”, een kring van strepen die allemaal precies schijnen te wijzen naar het middelpunt van de vlek zooals de opnamen bij buitengewoon rustige lucht van plaat V ons laten zien. De aldaar gefotografeerde vlekken zijn van middelbare grootte. Plaat IV vertoont ons een bijzonder groote vlek, zooals het zwarte schijfje in de linker benedenhoek van de afbeelding leert; dat is immers de grootte van de aarde, op dezelfde schaal geteekend!

Vroeger meende men wel, dat zonnevlekken een soort van metaalslakken waren, die boven op de witgloeiende zonsmassa dreven. De zonnebol is namelijk verbazend heet: zijn temperatuur aan de buitenkant bedraagt niet minder dan 6000° C. Maar daarbij blijft het niet; naar binnen toe loopt om zoo te zeggen de thermometer aanzienlijk op en in het middelpunt moet hij volgens moderne berekeningen zelfs op ongeveer 30 miUioen graden staan.

Nu zijn reeds bij 6000° alle denkbare stoffen, tot de moeilijkst smeltbare metalen toe, volledig verdampt, en die hooge temperatuur is dus een sprekend bewijs dat de zon werkelijk een gasbol is. Een aardbewoner, getransporteerd naar de zon,