is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatiën over het leven en de mysteriën van Onzen Heer Jezus Christus, toegepast op het religieuze leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan uw Biechtvader of leg uw hart open voor uw Overste. Misschien heeft Jezus onze genezing aan die volkomen onderwerping, aan die kinderlijke openhartigheid verbom ^en- — Hoe droevig zou het voor onzen goddelijken Zalig* maker zijn, als wij door eigen schuld een beletsel stelden tegen de volkomen genezing van onze ziel!

2e Punt. Dankbaarheid van een der genezen melaatsen.

De personen en handelingen beschouwen. — De tien melaatsen zijn op weg. Opeens gevoelen zij, dat zij genezen zijn.... Een van hen, doordrongen van dankbaarheid, keert terstond terug, looft God overluid en werpt zich met de levendigste gevoelens van dankbaarheid, plat ter aarde voor de voeten van Jezus neer.... — De woorden aanhoren. ■— Zijn er geen tien, die genezen zijn, vraagt Jezus; waar zijn dan de negen anderen? Door deze woorden gaf Jezus duidelijk te kennen, hoezeer de ondankbaarheid van de negen, Jie Hem niet kwamen bedanken, zijn Hart bedroefde en hoe welgevallig Hem daarentegen de dankbaarheid was van dien Samaritaan, die terugkeerde om Hem zijn erkentelijkheid te betuigen. O, hoezeer moet dan niet de ondankbaarheid van een religieuze ziel het Hart van haar goddelijken Meester bedroeven! Zij is boven een onnoemelijk getal anderen, met de roeping tot de religieuze staat begunstigd, zij wordt aan* houdend met onverdiende weldaden overladen. Zij moest haar staat dus hoogschatten en beminnen, en alle dagen God loven en prijzen voor de weldaad van haar roeping. Zij moest al de plichten van haar staat met vreugde ver* vullen; alle moeilijkheden die er in voorkomen, uit liefde en dankbaarheid geduldig verdragen. Maar helaas! zij schat haar groot geluk niet, zij bemint haar staat niet, zij staat stil voor de minste moeilijkheden, zij verwaarloost haar plichten, ja misschien (wat God verhoede!) is zij zelfs on* tevreden met haar staat en beschouwt ze zich als ongelukkig. Hoe welgevallig aan het Hart van Jezus is daarentegen een

Meditaties II